ECLI:NL:RBDHA:2026:19412
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag en verlenging overdrachtstermijn volgens Dublinverordening
Eiser, met de Soedanese nationaliteit, heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. De rechtbank beoordeelt het beroep van eiser tegen dit besluit en tegen de verlenging van de overdrachtstermijn.
De rechtbank stelt vast dat Nederland op basis van Eurodac-gegevens en een terugnameverzoek aan Frankrijk heeft vastgesteld dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de asielaanvraag. Hoewel Frankrijk het verzoek op een andere grondslag accepteerde dan Nederland had ingediend, verandert dit niets aan de verantwoordelijkheid van Frankrijk. Eiser stelde dat de overdracht onevenredige hardheid zou veroorzaken vanwege risico op indirect refoulement en gebrek aan opvang in Frankrijk, maar de rechtbank gaat uit van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en volgt eerdere jurisprudentie dat dit niet onderzocht mag worden zonder systeemfouten.
Verder oordeelt de rechtbank dat eiser doelbewust ondergedoken is door zijn verblijfplaats te wijzigen zonder dit te melden, waardoor de verlenging van de overdrachtstermijn gerechtvaardigd is. De beroepen worden ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag en de verlenging van de overdrachtstermijn.