Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:1966

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 februari 2026
Publicatiedatum
5 februari 2026
Zaaknummer
NL25.59453
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrechtBesluit van 24 november 2025 tot indexering van bedragen in de Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na niet tijdig beslissen asielaanvraag

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Nadat het beroep was ingediend, heeft de minister alsnog een besluit genomen. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank oordeelt dat de minister door het alsnog nemen van een besluit na het indienen van het beroep aan verzoeker is tegemoetgekomen. Daarom dient de minister de proceskosten te vergoeden.

De minister bood een vergoeding van €453,50 aan, maar de rechtbank stelt vast dat met ingang van 1 januari 2026 het bedrag per 0,5 punt is vastgesteld op €467,-. De rechtbank bepaalt daarom de proceskostenvergoeding op €467,-.

De rechtbank wijst het verzoek toe en veroordeelt de minister tot betaling van deze proceskosten. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van €467,- aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen op de asielaanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.59453

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam]. verzoeker,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. A.M. Veld),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Vervolgens heeft de minister alsnog een besluit genomen. Verzoeker heeft daarop het beroep ingetrokken en daarbij gevraagd om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten. [2]
3. De rechtbank stelt vast dat de minister pas na het indienen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen alsnog een besluit heeft genomen. Daarmee is de minister aan verzoeker tegemoetgekomen. De minister dient daarom de proceskosten van verzoeker te betalen.
4. De minister heeft laten weten de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€ 453,50 te willen vergoeden. Met ingang van 1 januari 2026 is het bedrag per 0,5 punt aan proceskosten vastgesteld op € 467,-. [3] De rechtbank stelt daarom de proceskosten vast op
€ 467,-.

Conclusie en gevolgen

5. Het verzoek wordt toegewezen. De minister moet de door verzoeker gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 467,-. [4]

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€ 467,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen-Telman, rechter, in aanwezigheid van
A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Awb, nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Besluit van 24 november 2025 tot indexering van bedragen in de Algemene wet bestuursrecht, het Besluit proceskosten bestuursrecht en de Wet griffierechten burgerlijke zaken (
4.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor van 0,5.