ECLI:NL:RBDHA:2026:19686

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
17 juli 2026
Zaaknummer
C/09/694297 / FA RK 25-8437
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:205 BWArt. 1:212 BWArt. 1:5 lid 1 BWArt. 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging erkenning vaderchap wegens onmogelijkheid bewijs biologische vaderschap

De moeder verzocht de rechtbank om de erkenning van het vaderschap door de man van haar minderjarige kind te vernietigen. De man, erkend als juridische vader, is niet verschenen en verblijft op een onbekende verblijfplaats in het buitenland. De moeder kan niet bewijzen dat de man niet de biologische vader is, maar wil de erkenning laten vernietigen omdat het kind hem niet kent en niet zijn achternaam wil dragen.

De bijzondere curator, benoemd om het belang van het kind te behartigen, heeft zelfstandig verzocht om vernietiging van de erkenning. De rechtbank oordeelt dat de moeder niet ontvankelijk is omdat zij niet kan aantonen dat de man niet de biologische vader is, maar de bijzondere curator wel ontvankelijk is.

Hoewel niet onomstotelijk is vastgesteld dat de man niet de biologische vader is, acht de rechtbank afwijzing van het verzoek in strijd met het recht van het kind op eerbiediging van zijn privé- en gezinsleven (artikel 8 EVRM Pro). Daarom wordt het verzoek van de bijzondere curator toegewezen en wordt de erkenning vernietigd. Het kind staat daarna alleen in familierechtelijke betrekking tot de moeder en draagt haar achternaam.

De werkzaamheden van de bijzondere curator worden hiermee beëindigd. Het verzoek tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad wordt afgewezen vanwege de aard van de zaak.

Uitkomst: De erkenning van het vaderschap wordt vernietigd omdat niet is aangetoond dat de erkenner de biologische vader is, maar afwijzing zou het recht van het kind op privé- en gezinsleven schenden.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-8437
Zaaknummer: C/09/694297
Datum beschikking: 16 juni 2026

Vernietiging erkenning

Beschikking op het op 5 november 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende te op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. M.A. Spek te Rijswijk.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de man] ,

de erkenner/de man,
volgens de Basisregistratie Personen verblijvende op een onbekende woon- of verblijfplaats binnen en buiten Nederland.

[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats] ,

de minderjarige,
in rechte vertegenwoordigd door mr. E. Jongkoen, advocaat te ’s-Gravenhage,
in de hoedanigheid van bijzondere curator.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het verslag van de bijzondere curator van 15 december 2025, tevens zelfstandig verzoek.
De man is openbaar opgeroepen voor een zogenaamde RNI-zitting op 7 april 2026 door middel van een advertentie in de Staatscourant van 3 mei 2026. De man is niet op de zitting verschenen, zodat de zaak op de stukken zal worden afgedaan.

Verzoek en verweer

Het verzoekschrift strekt tot benoeming van een bijzondere curator en vernietiging van de erkenning door de man van het minderjarige kind [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats] .
De bijzondere curator heeft zelfstandig verzocht om de erkenning van [de minderjarige] door de man te vernietigen, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De man heeft geen verweer gevoerd.

Feiten

- De moeder en de man hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Uit de moeder is het minderjarige kind [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 te ’s-Gravenhage.
- Volgens de geboorteakte van [de minderjarige] heeft de man [de minderjarige] met toestemming van de moeder erkend op 5 november 2015. Hierbij is gekozen voor de geslachtsnaam ‘ [geslachtsnaam] ’.
- De moeder, de man en [de minderjarige] hebben alle de Nederlandse nationaliteit.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 17 november 2025 is mr. E. Jongkoen voornoemd benoemd tot bijzondere curator teneinde de minderjarige ingevolge artikel 1:212 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) te vertegenwoordigen.

Beoordeling

Ontvankelijkheid
Op grond van artikel 1:205 lid 1 BW Pro kan een verzoek tot vernietiging van de erkenning, op de grond dat de erkenner niet de biologische vader van het kind is, bij de rechtbank worden ingediend:
door het kind zelf, tenzij de erkenning tijdens zijn meerderjarigheid heeft plaatsgevonden;
door de erkenner, indien hij door bedreiging, dwaling, bedrog of, tijdens zijn minderjarigheid, door misbruik van omstandigheden daartoe is bewogen;
door de moeder, indien zij door bedreiging, dwaling, bedrog, of tijdens haar minderjarigheid, door misbruik van omstandigheden is bewogen toestemming tot erkenning.
Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende vast komen te staan dat sprake is van een situatie zoals omschreven in artikel 1:205 lid 1 sub c BW Pro, zodat de moeder niet kan worden ontvangen in haar verzoek. De bijzondere curator heeft namens [de minderjarige] zelfstandig verzocht tot vernietiging van de erkenning op grond van artikel 1:205 lid 1 sub b BW Pro. Dit verzoek heeft zij tijdig ingediend. De rechtbank zal daarom de bijzondere curator ontvangen in haar verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
Op het moment van de erkenning hadden de moeder en de man een affectieve relatie met elkaar. Deze relatie heeft circa vijf jaar geduurd. De moeder kende de man nog niet toen zij zwanger raakte van [de minderjarige] en weet daarom zeker dat de man niet de biologische vader is van [de minderjarige] , maar heeft hier toestemming voor gegeven omdat zij [de minderjarige] een vaderfiguur wilde geven. De intentie was om als gezin door te gaan. De relatie is echter beëindigd en de moeder en de man hebben al sinds 2018 geen contact meer met elkaar. De moeder kan niet met zekerheid zeggen wie wel de biologische vader is van [de minderjarige] . Het is voor de moeder onmogelijk om te bewijzen dat de man niet de biologische vader is van [de minderjarige] , omdat hij op een onbekende woon- of verblijfplaats in het buitenland verblijft.
De bijzondere curator stelt zich op het standpunt dat vernietiging van de erkenning in het belang van [de minderjarige] is. In haar gesprek met [de minderjarige] heeft hij aangegeven te weten dat de man niet zijn biologische vader is. [de minderjarige] kan hem zich ook niet herinneren. Daarnaast heeft [de minderjarige] aangegeven dat hij wil dat de man niet langer zijn juridische vader zal zijn, omdat hij hem niet kent en hij hem nooit meer zal zien. Hij wil bovendien niet de achternaam dragen van een vreemde. Vanwege het ontbreken van een bekende woon- of verblijfplaats van de man is het onmogelijk om via een DNA-onderzoek te bewijzen dat de man niet de biologische vader is van [de minderjarige] . De bijzondere curator stelt dat een afwijzing van dit verzoek in strijd zou zijn met het recht van [de minderjarige] op eerbiediging van zijn privéleven, familie- en gezinsleven op grond van artikel 8 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
De rechtbank overweegt als volgt. Het is niet onomstotelijk vast komen te staan dat de man niet de biologische vader is van [de minderjarige] . Er is daarom niet voldaan aan het vereiste in artikel 1:205 BW Pro om over te gaan tot vernietiging van de erkenning. De rechtbank overweegt dat het, zoals de moeder en de bijzondere curator eveneens stellen, onmogelijk is om te bewijzen dat de man niet de biologische vader is van [de minderjarige] , omdat hij niet in de procedure is verschenen en op een onbekende woon- of verblijfplaats buiten Nederland verblijft. Bovendien is er sinds 2018 geen contact meer geweest tussen de moeder en de man en weet de moeder ook niet met zekerheid zeggen wie wel de biologische vader is. Met de bijzondere curator is de rechtbank gelet op deze omstandigheden van oordeel dat afwijzing van het verzoek in strijd is met het recht van [de minderjarige] op eerbiediging van zijn privéleven, familie- en gezinsleven op grond van artikel 8 EVRM Pro. Een afwijzing zou namelijk betekenen dat [de minderjarige] zeer waarschijnlijk nooit de door de erkenning ontstane familierechtelijke band met de man zou kunnen verbreken. De rechtbank ziet daarom aanleiding om het verzoek van de bijzondere curator namens [de minderjarige] toe te wijzen.
Nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, wordt de erkenning door de man geacht nimmer gevolg te hebben gehad. Door de vernietiging van de erkenning staat [de minderjarige] enkel in familierechtelijke betrekking tot de moeder en zal hij dan ook van rechtswege ingevolge artikel 1:5 lid 1 BW Pro de geslachtsnaam van de moeder dragen.
Bijzondere curator
Uit de te nemen beslissing volgt dat vertegenwoordiging van [de minderjarige] door de bijzondere curator in deze procedure niet meer nodig is. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.
Uitvoerbaarverklaring bij voorraad
De aard van de zaak verzet zich tegen het bij voorraad uitvoerbaar verklaren van deze beschikking, zodat het daartoe strekkende verzoek wordt afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:
*
verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoek;
*
vernietigt de erkenning – gedaan op 5 november 2015 bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage – door:
- [de man] , geboren op [geboortedatum 2] 1981 te [geboorteplaats] ,
van de minderjarige:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats] ,
geboren uit:
- [de moeder] , geboren op [geboortedatum 3] 1992 te [geboorteplaats] ;
*
beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. L.E. Meisters als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 juni 2026.