ECLI:NL:RBDHA:2026:19753
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling procesbelang bij bezwaar tegen beëindiging Landelijke Vreemdelingenvoorziening in Utrecht
De zaak betreft een bezwaar van eiser tegen het besluit van de minister om de Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV) in Utrecht te beëindigen. De minister verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat eiser geen procesbelang meer zou hebben, aangezien hij geen gebruik meer maakt van de LVV.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard. Eiser heeft inmiddels een herhaalde asielaanvraag ingediend, waarop de minister nog niet had beslist bij het bestreden besluit. Inmiddels is deze aanvraag afgewezen, maar eiser heeft een beroepsprocedure lopen en recht op opvang via het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa). Hierdoor is het procesbelang bij de LVV-bezwaarprocedure komen te vervallen.
De rechtbank wijst ook het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de termijn nog niet is overschreden en er geen onderbouwing van schade is gegeven. Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen beëindiging van de LVV wordt afgewezen wegens ontbreken van procesbelang.