ECLI:NL:RBDHA:2026:19759
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid en voortvarendheid vreemdelingenbewaring en afwijzing schadevergoeding
Deze uitspraak betreft de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betwist de rechtmatigheid van deze maatregel en vordert tevens een schadevergoeding.
De rechtbank verklaart het beroep geregistreerd onder NL26.37884 niet-ontvankelijk omdat de kennisgeving van de maatregel, geregistreerd onder NL26.37983, voorrang heeft. Het beroep onder NL26.37983 wordt inhoudelijk beoordeeld en ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelt dat de maatregel voldoet aan de wettelijke voorwaarden, waaronder het bestaan van een onderduikrisico en het ontbreken van minder dwingende maatregelen.
Eiser stelde dat de grondslag van de bewaring ten onrechte was gewijzigd en dat zijn recht op rechtsbijstand was geschonden door onvolledige piketmelding en voortijdig gehoor zonder advocaat. De rechtbank volgt verweerder en verwijst naar jurisprudentie die de procedurele handelwijze rechtvaardigt. Ook het ontbreken van het terugkeerbesluit in het dossier leidt niet tot onvolledigheid.
Ten slotte acht de rechtbank de voortvarendheid van verweerder voldoende, ondanks de noodzaak van een nieuwe laissez-passer en het wachten op de uitspraak in het asielberoep. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt niet-ontvankelijk dan wel ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.