ECLI:NL:RVS:2022:189
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- B. Meijer
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid inbewaringstelling vreemdeling zonder advocaat tijdens gehoor
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen een uitspraak van de rechtbank die zijn beroep tegen de inbewaringstelling ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De kern van het geschil is of de staatssecretaris de procedurele waarborg van het wachten op een advocaat bij het gehoor correct heeft nageleefd. De vreemdeling wilde bij het gehoor een advocaat aanwezig hebben, waarna de staatssecretaris de piketcentrale inschakelde. Het gehoor vond echter plaats zonder advocaat, omdat twee uur na de melding aan de piketcentrale waren verstreken zonder dat een advocaat was verschenen.
De vreemdeling betoogde dat de wachttijd van twee uur pas zou moeten ingaan nadat de piketcentrale de melding aan de advocaat had doorgegeven, en dat dit tijdstip niet bekend was gemaakt. De staatssecretaris legde uit dat meldingen buiten openingstijden pas de volgende ochtend worden doorgezet, zodat altijd twee uur wachttijd wordt gegarandeerd.
De Afdeling oordeelt dat de wachttijd aanvangt bij verzending van de melding aan de piketcentrale, conform vaste jurisprudentie. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de wachttijd was verstreken toen het gehoor begon. Het ontbreken van een advocaat tijdens het gehoor is voor risico van de vreemdeling. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.