ECLI:NL:RBDHA:2026:20008

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 juli 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
NL26.2660
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 VwArt. 30b VwArt. 62 VwArt. 3 EVRMArt. 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag Colombiaanse LHBTI-vluchteling wegens kennelijk ongegrond

Eiser, een Colombiaanse homoseksuele dragqueen, vroeg asiel aan in Nederland na mishandeling en bedreiging door een criminele groepering, El Tren de Aragua. Hij vreesde vervolging vanwege zijn seksuele geaardheid en de dreiging van deze groep. De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat eiser onvoldoende bewijs leverde voor de problemen met El Tren de Aragua en de aanvraag niet tijdig indiende.

De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat de geloofwaardigheid van het asielverhaal over El Tren de Aragua onvoldoende was onderbouwd. Tegenstrijdigheden in verklaringen en gebrek aan documenten speelden een rol. De rechtbank vond dat de situatie voor homoseksuelen in Colombia volgens het ambtsbericht niet zodanig is dat er sprake is van een gegronde vrees voor vervolging.

Verder concludeerde de rechtbank dat eiser zich niet binnen de vereiste termijn had gemeld voor asiel, wat de afwijzing als kennelijk ongegrond rechtvaardigt. De medische situatie en het huwelijk in Nederland gaven geen aanleiding tot een andere beoordeling. Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag bleef in stand.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag blijft afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.2660

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. L.E.J. Vleesenbeek),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. E.P.C. Van der Weijden).

Procesverloop

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (asielaanvraag). Verweerder heeft met het bestreden besluit van 9 januari 2026 de asielaanvraag van eiser in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
De rechtbank heeft het beroep op 20 mei 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen V. Duivestijn. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Inleiding
1. Eiser heeft de Colombiaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] . Hij heeft op 8 februari 2023 asiel aangevraagd in Nederland.
Het asielrelaas
2. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag gelegd. Eiser is homoseksueel en bevindt zich sinds 2016 in de wereld van de dragqueens. Eiser deed in 2017 mee aan de [Wedstrijd] wedstrijd en heeft deze gewonnen. Daarna is hij seksueel misbruikt en geslagen door vijf huurmoordenaars die behoren tot de groepering El Tran de Aragua. Vervolgens hebben ze het huis van eiser in brand gestoken en is eiser naar Venezuela gevlucht, waar een vriendin hem aan zijn verwondingen heeft geholpen. Ook is het huis van de oma van eiser in 2019 vernield en in 2020 in brand gestoken. Als eiser terugkeert naar Colombia zal El Tran de Aragua proberen om hem te vinden en wraak te nemen. Eiser vreest dat El Tran de Aragua hem zal vermoorden. Verder staat eiser sinds 2019 in Nederland onder behandeling voor HIV en is hij getrouwd met zijn partner.
Het bestreden besluit
3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. Seksuele gerichtheid;
3. Problemen met El Tran de Aragua.
3.1.
Verweerder heeft het eerste en het tweede asielmotief geloofwaardig bevonden. Het derde asielmotief heeft verweerder niet geloofwaardig bevonden. Eiser heeft onvoldoende documenten aangedragen en heeft daarvoor geen goede verklaring. Ook vormen de verklaringen hierover geen samenhangend en aannemelijk geheel. Hierbij heeft verweerder betrokken dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard. Verder heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij daadwerkelijk problemen heeft met El Tren de Aragua en dat er een causaal verband bestaat tussen het voorval, de brand in de studio van eiser en de problemen van de oma van eiser. Daarbij heeft eiser de asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk ingediend en heeft hij hier geen goede verklaring voor.
3.2.
De geloofwaardig bevonden asielmotieven leveren volgens verweerder geen asielgrond op als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), omdat op grond daarvan niet aannemelijk is dat eiser een gegronde vrees voor vervolging heeft als bedoeld in het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (Vluchtelingenverdrag) of bij terugkeer naar Colombia een reëel risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 3 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat eiser deze niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend (artikel 30b, eerste lid, onder h, Vw). Ook heeft verweerder een belangenafweging gemaakt en geconcludeerd dat dit besluit niet in strijd is met artikel 8 van Pro het EVRM. Verweerder heeft aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd waarin staat dat eiser Nederland binnen vier weken moet verlaten (artikel 62, eerste lid, van de Vw). Bij besluit van 1 mei 2026 heeft verweerder eiser uitstel van vertrek om medische redenen gegeven, van 16 februari 2026 tot en met 16 februari 2027.
Beroepsgronden
4. Eiser voert (kort samengevat) de volgende beroepsgronden aan. Eiser stelt zich op het standpunt dat de problemen met El Tren de Aragua ten onrechte ongeloofwaardig worden geacht. De verklaringen van eiser zijn samenhangend en aannemelijk en niet tegenstrijdig. Daarnaast is de positie van LHBTI in Colombia slecht en vreest eiser voor terugkeer omdat hij daar vanwege zijn geaardheid risico loopt. Het is onredelijk dat verweerder de asielaanvraag wil afwijzen als kennelijk ongegrond en een terugkeerbesluit oplegt. Eiser heeft een goede verklaring waarom de aanvraag niet zo spoedig mogelijk is ingediend. Verder komt eiser in aanmerking voor een verblijfsvergunning regulier. Aanvullend heeft eiser verwezen naar het besluit van 1 mei 2026, waarbij hij uitstel van vertrek om medische redenen heeft gekregen, naar een medisch advies van 29 april 2026 en naar vier brondocumenten die zijn gebruikt om te kijken of de medische behandeling aanwezig is in Colombia.
Beoordeling door de rechtbank
Vrees vanwege de seksuele gerichtheid
5. Eiser verwijst naar pagina’s 67 t/m 83 van het Algemeen Ambtsbericht voor Colombia van 27 juni 2024 en naar Update 2024 nummer 27 van VluchtelingenWerk. Eiser voert aan dat uit deze stukken de zeer slechte positie van LHBTI in Colombia blijkt.
5.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich in het bestreden besluit, mede onder verwijzing naar de overwegingen in het voornemen, terecht en voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat niet aannemelijk is dat eiser bij terugkeer naar Colombia te vrezen had voor vervolging of ernstige schade vanwege zijn geaardheid. Uit pagina 69 van het Algemeen Ambtsbericht voor Colombia van 27 juni 2024 blijkt dat de rechten van de LHBTI-gemeenschap voldoende worden gewaarborgd in Colombia, zoals het homohuwelijk, de mogelijkheid voor adoptie voor homopartners en de strafbaarstelling van haatdaden op basis van seksuele gerichtheid. Uit het ambtsbericht volgt dat voornamelijk transpersonen in Colombia te vrezen hebben voor vervolging. Daarom vallen transpersonen ook onder een risicoprofiel in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc. De rechtbank wijst ook op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 5 juni 2024, (ECLI:NL:RVS:2024:2331). Het Algemeen Ambtsbericht van 2024 dateert van na deze uitspraak, maar schetst geen wezenlijk ander beeld van de situatie voor homoseksuele vreemdelingen in Colombia dan de situatie die aan de orde was in voornoemde uitspraak van de Afdeling. Eiser heeft met zijn individuele omstandigheden niet aannemelijk gemaakt dat dit voor hem anders is. Hij heeft de link tussen zijn ervaringen en zijn seksuele gerichtheid niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat nergens uit blijkt dat eiser geen bescherming kan inroepen van de Colombiaanse (hogere) autoriteiten.
Asielmotief over de problemen met El Tren de Aragua
6. Eiser heeft aangevoerd dat hij voldoende documenten heeft aangeleverd. Verweerder heeft ten onrechte tegenstrijdigheden in de verklaringen van eiser tegengeworpen. Eiser heeft een goede verklaring gegeven voor deze tegenstrijdigheden. Dat eiser via Colombia terug is gevlogen naar Venezuela kan niet worden aangemerkt als ‘terugkeer’. Eiser heeft via zijn buren gehoord dat de groep die hem heeft mishandeld El Tren de Aragua betrof. In de correcties en aanvullingen heeft eiser toegelicht dat hij werd gezocht door El Tren de Aragua. Dit zou hij van zijn oma hebben gehoord. Er is dan ook wel een causaal verband tussen de geaardheid van eiser en het voorval, de brand in de studio en de problemen van de oma van eiser.
6.1.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder dit asielmotief niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht.
6.1.1.
De rechtbank volgt verweerder in zijn tegenwerping dat eiser onvoldoende documenten heeft overgelegd en daarvoor geen goede verklaring heeft. Eiser heeft documenten overgelegd ten aanzien van zijn medische toestand maar deze onderbouwen niet het vluchtverhaal en de gestelde problemen van eiser. De stelling dat het niet aan eiser te wijten is dat hij de handgeschreven brief van de kliniek die hem heeft behandeld na het voorval is kwijtgeraakt, leidt niet tot een ander oordeel.
6.1.2.
Daarnaast heeft verweerder niet ten onrechte overwogen dat eiser niet samenhangend en tegenstrijdig heeft verklaard. In eerste instantie heeft eiser verklaard dat hij nog een jaar na het voorval in Colombia heeft verbleven (zie pagina’s 13 en 14 van het aanmeldgehoor). Dit heeft eiser vervolgens gecorrigeerd door te stellen dat hij direct na het incident naar Venezuela is vertrokken. Ook heeft eiser in zowel het aanmeldgehoor als het nader gehoor verklaard dat hij niet mocht vliegen en dat de politie op het vliegveld van Bogota foto’s van zijn verwondingen heeft gemaakt. Dit terwijl hij ook heeft verklaard dat hij op dat moment in Venezuela was. De stelling dat sprake was van twee reizen neemt deze tegenstrijdigheid niet weg. Daarnaast heeft eiser in eerste instantie verklaard dat na het voorval allerlei testen werden uitgevoerd (zie pagina’s 15 en 49 van het nader gehoor) terwijl eiser later heeft verklaard dat alleen zijn wonden werden verzorgd en er geen testen werden uitgevoerd (zie pagina 43 van het nader gehoor). De stelling dat met het woord ‘examinar’ onderzoek of onderzoeken werd bedoeld, doet hier niet aan af. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat ook dan sprake is van een tegenstrijdigheid, nu eiser later - in tegenstelling tot zijn eerdere verklaring - heeft verklaard dat er alleen wondverzorging heeft plaatsgevonden.
6.1.3.
Verweerder heeft verder aan eiser kunnen tegenwerpen dat uit openbare informatie (zie het rapport van Home Office van maart 2026, ‘Country Policy and Information Note, Colomia: Armed groups and criminal gangs’, pagina 48 e.v.) blijkt dat El Tren de Aragua zich in augustus 2017 niet in Colombia bevond, terwijl dit volgens eiser het moment was dat het voorval plaatsvond. Bovendien heeft eiser van horen zeggen (zijn buurtbewoners) dat hij belaagd en mishandeld is door leden van El Tren de Aragua. Dit doet afbreuk aan de geloofwaardigheid van zijn verhaal. Verweerder heeft niet aannemelijk kunnen vinden dat het zou gaan om voorlopers van El Tren de Aragua of om mensen die later zijn toegetreden. Dit standpunt is door eiser niet met documenten onderbouwd. Daarnaast heeft verweerder aan eiser kunnen tegenwerpen dat niet valt in te zien waarom eiser via Colombia naar Nederland is gevlogen, terwijl hij in Colombia problemen zou hebben ondervonden met El Tren de Aragua. De stelling dat hij voor een doorreis naar Colombia ging doet daar niet aan af. Bovendien heeft eiser verklaard dat hij in Colombia door niemand wordt gezocht (zie pagina 47 van het nader gehoor).
Verblijfsvergunning regulier 7.Eiser voert aan dat aan alle eisen van artikel 8 EVRM Pro wordt voldaan. Eiser heeft een partner in Nederland met wie hij gehuwd is. Ze zijn beiden werkzaam. Daarnaast staat eiser in Nederland onder medische behandeling. De banden met Nederland zijn groot. In Colombia heeft eiser niemand meer, zijn hele familie is vertrokken. Het is in strijd met het Unierecht om eiser zijn huwelijk op afstand te laten onderhouden.
7.1.
Ter zitting heeft verweerder er terecht op gewezen dat eiser op dit moment rechtmatig verblijf heeft in Nederland op grond van artikel 64 van Pro de Vw, zodat hij Nederland niet hoeft te verlaten. Dit rechtmatige verblijf is geldig tot en met 16 februari 2027 en vormt geen belemmering voor eiser om het familie- en privéleven uit te oefenen. Voor verweerder bestaat daarom op dit moment geen aanleiding voor het afwegen van deze belangen.
Kennelijk ongegrondverklaring8. Eiser heeft aangevoerd dat de kennelijk ongegrond verklaring onjuist is en onredelijk gezien hetgeen eiser is overkomen. Het verwijt dat eiser zich te laat heeft gemeld staat in schril contrast met de lange behandelduur door verweerder.
8.1.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder de aanvraag heeft kunnen afwijzen als kennelijk ongegrond. Eiser is Nederland op 7 juni 2019 ingereisd en heeft zich pas op 6 februari 2023 gemeld om asiel aan te vragen. Daarmee heeft eiser zich niet binnen 48 uur na binnenkomst gemeld, zoals volgt uit artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder h, Vw, in samenhang bezien met paragraaf C2/7.8 Vc. Van een vreemdeling die stelt bescherming nodig te hebben, mag worden verwacht dat hij zich zo spoedig mogelijk meldt. Dat heeft eiser niet gedaan en heeft verweerder eiser mogen tegenwerpen. De gestelde omstandigheden dat er nauwelijks opvangplekken waren in Ter Apel, waardoor eiser daar later naar toe is gegaan, dat eiser geen advocaat kon vinden en de lange behandelduur door verweerder maken de late melding niet verschoonbaar. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

9. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.N. Abdoelkadir, rechter, in aanwezigheid van
mr. J. Dommerholt, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke