ECLI:NL:RBDHA:2026:20012
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen beëindiging opvang vreemdelingenvoorziening
De zaak betreft het bezwaar van eiseres tegen het besluit van de minister om de Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV) in Utrecht te beëindigen. De minister verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat eiseres geen procesbelang meer zou hebben, aangezien zij geen gebruik meer maakt van de LVV.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard. Eiseres maakt gebruik van opvang via het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) in het kader van een lopende beroepsprocedure tegen de afwijzing van haar herhaalde asielaanvraag. Hierdoor is het procesbelang bij de LVV-opvang vervallen.
De rechtbank wijst ook het verzoek om vrijstelling van griffierecht toe en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de termijn nog niet is overschreden en er geen onderbouwing van schade is gegeven.
De rechtbank verklaart het beroep kennelijk ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar is ongegrond verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.