ECLI:NL:RBDHA:2026:20018
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige motieven en juiste procedure
Eiser diende een asielaanvraag in die door de minister werd afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser voerde meerdere beroepsgronden aan, waaronder het betoog dat Tunesië ten onrechte als veilig land van herkomst werd aangemerkt en dat de procedure onjuist was.
De rechtbank oordeelde dat eiser nog procesbelang had ondanks zijn vertrek uit de opvanglocatie. De minister had de asielaanvraag terecht in de algemene procedure behandeld en niet buiten behandeling hoeven stellen, ook al was eiser kort voor het besluit met onbekende bestemming vertrokken. De minister achtte de asielmotieven van eiser ongeloofwaardig, mede vanwege het ontbreken van objectieve bewijsstukken.
Hoewel de rechtbank een motiveringsgebrek constateerde omdat Tunesië onterecht als veilig land werd aangemerkt, passeerde zij dit gebrek op grond van artikel 6:22 Awb Pro. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Eiser kreeg een proceskostenvergoeding toegekend vanwege het motiveringsgebrek.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.