ECLI:NL:RBDHA:2026:20043
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig relaas en geen recht op reguliere verblijfsvergunning
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend met het argument dat hij bij terugkeer naar Oost-Timor vreest voor milities. Dit relaas was reeds bij eerdere aanvragen door verweerder en rechterlijke instanties als ongeloofwaardig beoordeeld. Na uitzetting naar Oost-Timor en vertrek naar Portugal, diende eiser opnieuw een asielaanvraag in in Nederland, met dezelfde gronden.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het huidige relaas van eiser voortbouwt op het eerder afgewezen verhaal en onvoldoende is onderbouwd, waardoor de geloofwaardigheid niet is hersteld. Daarnaast heeft eiser aangevoerd dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn referentiekader en de negatieve publiciteit rondom zijn terugkeer, maar deze stellingen zijn niet onderbouwd.
Verder is besproken dat eiser werkzaam is als kok in Nederland en aanspraak maakt op een reguliere verblijfsvergunning op grond van privéleven en werkzaamheden. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht geen ambtshalve vergunning heeft verleend, mede gelet op de korte verblijfsduur en het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
De rechtbank concludeert dat de asielaanvraag terecht is afgewezen en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardig relaas en geen recht op reguliere verblijfsvergunning.