ECLI:NL:RBDHA:2026:20047

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 juli 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
NL26.21755
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 DublinverordeningVerordening nr. (EU) 604/2013
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep op 16 juli 2026 behandeld en onmiddellijk uitspraak gedaan.

De kern van het geschil is of eiseres een geslaagd beroep kan doen op artikel 17 van Pro de Dublinverordening, dat betrekking heeft op het gezinsleven, of dat Duitsland aanvullende garanties moet geven over opvangvoorzieningen zoals bedoeld in het arrest Tarakhel. Eiseres is getrouwd met een Nederlandse man en heeft een kind met hem, dat de Nederlandse nationaliteit bezit.

De rechtbank oordeelt dat de Dublinverordening niet bedoeld is om gezinsleven in Nederland te bewerkstelligen en dat de relatie met de echtgenoot niet bestond in het land van herkomst, waardoor artikel 17 niet Pro van toepassing is. Ook het beroep op het arrest Tarakhel faalt omdat niet is aangetoond dat aanvullende garanties van Duitsland nodig zijn. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.21755
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres

(gemachtigde: mr. M. Grigorjan),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. C.H.H.P.M. Kelderman).

Procesverloop

Bij besluit van 16 april 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling genomen, op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 16 juli 2026 op zitting behandeld in Breda. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. De asielaanvraag is niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Dat is niet in geschil, nu eiseres eerder een asielaanvraag heeft ingediend in Duitsland. Tussen partijen is wel in geschil of eiseres een geslaagd beroep kan doen op artikel 17 van Pro de Dublinverordening [1] en of Duitsland aanvullende garanties moet geven over de zorg- en opvangvoorzieningen zoals bedoeld in het arrest Tarakhel. [2]
2. In het kader van artikel 17 van Pro de Dublinverordening is naar voren gebracht dat eiseres is getrouwd met een Nederlandse man, dat zij inmiddels met hem samenleeft en dat zij medio mei een kind heeft gekregen. Omdat de echtgenoot de Nederlandse nationaliteit heeft en hij het kind heeft erkend, heeft het kind ook de Nederlandse nationaliteit. Dit blijkt uit de stukken. Het is dan de vraag of dit aanleiding zou moeten zijn voor verweerder om de behandeling van de asielaanvraag aan zich te trekken. De Dublinverordening is niet bedoeld als route waarlangs het gezinsleven kan worden bewerkstelligd in Nederland. Dit volgt uit jurisprudentie van de Afdeling. [3] De relatie met de man van eiseres bestond nog niet in het land van herkomst, dus de Dublinverordening is ook niet van toepassing. Verweerder heeft daarom geen toepassing hoeven geven aan artikel 17 van Pro de Dublinverordening in gezinsleven dat in Nederland wordt uitgeoefend. Er zijn andere regelingen om dat te bewerkstelligen. Ook het beroep op het arrest Tarakhel leidt niet tot een andere beoordeling van het bestreden besluit omdat niet aannemelijk is gemaakt dat er aanvullende garanties nodig zijn van Duitsland om ervoor te zorgen dat eiseres de nodige (opvang-)voorzieningen krijgt.
3. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier. Dit proces-verbaal is geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Voetnoten

1.Verordening nr. (EU) 604/2013.
2.Arrest van het Europese Hof van de Rechten van de Mens van 4 november 2024, ECLI:CE:ECHR:2014:1104JUD002921712.
3.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, onder meer de uitspraak van 11 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:74).