Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juli 2026 in de zaak tussen
[eiser], uit [land], eiser
de minister van Defensie, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
track and tracevan de verzending via PostNL aanwezig. Daaruit blijkt dat het bestreden besluit na verzending per aangetekende post aan de gemachtigde van eiser retour afzender is gegaan naar verweerder, die deze blijkens de
track and traceop 21 januari 2025 retour heeft gekregen. Op 1 mei 2025 heeft verweerder vervolgens per e-mail contact opgenomen met de gemachtigde van eiser, waarbij het bestreden besluit wordt toegezonden en de ambtenaar van verweerder ook erkent dat de retourzending van dit poststuk pas kort daarvoor bekend is geworden bij haar. Gelet op deze gang van zaken en het ontbreken van een afhaalbericht van PostNL in het procesdossier, is aannemelijk dat eiser het bestreden besluit niet tijdig heeft ontvangen. De gemachtigde van eiser heeft het beroep vervolgens ingesteld op dezelfde dag dat verweerder het bestreden besluit per e-mail heeft toegezonden. De rechtbank acht de overschrijding van de beroepstermijn in dit geval verschoonbaar in de zin van artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het beroep is ontvankelijk.