Uitspraak
Rechtbank den hAAg
[eiser], wonende te [woonplaats], eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Feiten:
€ 14.163,00 (herleid aan de hand van een koerslijst) waarvan een deel van de reparatiekosten is afgetrokken (vastgesteld op € 16.380,06, inclusief btw). Bij het taxatierapport is de inkoopfactuur of de inkoopverklaring van de auto niet gevoegd.
14 december 2021 tussen 13:30 en 14:00. De keuring door de RDW heeft plaatsgevonden op 8 maart 2022. Op grond van artikel 8, vierde lid Uitvoeringsregeling bpm voldoet het taxatierapport niet aan de gestelde eis dat de fysieke opname door de taxateur ten hoogste een maand vóór het afschrijvingsmoment heeft plaatsgevonden.
€ 4.679. Na aftrek van de voldane bpm (€ 160), resteert een te betalen bedrag van
€ 4.519. Eiser heeft geen gebruik gemaakt van de geboden gelegenheid om binnen drie weken te reageren op het voornemen. Verweerder heeft eiser op 21 februari 2023 medegedeeld de naheffingsaanslag op te leggen. Daarop heeft verweerder de naheffingsaanslag conform zijn voornemen opgelegd op 16 maart 2023.
.Het vorenstaande betekent dat de rechtbank in het hierna volgende per grief zal beoordelen of er aanleiding bestaat prejudiciële vragen te stellen aan het HvJ EU. De rechtbank zal daarbij ook meewegen of sprake is van een ‘acte claire’, dit wil zeggen een situatie waarin de betreffende Europeesrechtelijke bepaling dusdanig helder is geformuleerd dat redelijkerwijs geen twijfel kan bestaan over de uitleg of het toepassingsbereik van die bepaling. Voor de visie van eiser dat ook in geval van een ‘acte claire’ het stellen van prejudiciële vragen geïndiceerd kan zijn ziet de rechtbank geen aanknopingspunten. Evenmin volgt de rechtbank eiser in diens betoog dat reeds de vraag of sprake is van een rechtsvraag die zich leent voor het stellen van prejudiciële vragen aan het HvJ EU er toe dient te leiden dat deze vragen moeten worden gesteld.
De gestelde schendingen van het verdedigingsbeginsel (grief e)19. Eiser stelt dat verweerder de naheffingsaanslagen in strijd met artikel 47 Handvest Pro van de grondrechten van de Europese Unie (HGEU) heeft opgelegd, nu eiser daaraan voorafgaand niet in de gelegenheid is gesteld mondeling te reageren. Het door eiser bedoelde recht om te worden ‘gehoord’ voordat een voor eiser nadelig besluit wordt genomen houdt in dat de betrokkene de gelegenheid wordt geboden het standpunt over een voorgenomen bezwarend besluit naar behoren kenbaar te maken. Uit het Unierecht vloeit niet voort da het bij een bestuursorgaan naar voren brengen van een zienswijze over een voorgenomen bezwarend besluit, alleen naar behoren kan plaatsvinden indien dit mondeling geschiedt. Het Unierecht schrijft immers niet voor in welke vorm (mondeling of schriftelijk) de belanghebbende deze zienswijze aan het bestuursorgaan kenbaar moet kunnen maken mits de vorm waarvoor het bestuursorgaan kiest geen hindernis vormt van het recht gebruik te maken. Dit betekent dat indien eiser is uitgenodigd om schriftelijk een standpunt kenbaar te maken en eiser in redelijkheid gebruik heeft kunnen maken van die mogelijkheid aan de eisen van het Unierecht is voldaan.
De verdeling van de bewijslast (grief h)23. Uit de arresten van de Hoge Raad van 12 mei 2017 (ECLI:NL:HR:2017:847) en 17 januari 2020 (ECLI:NL:HR:2020:296) volgt dat op de belastingplichtige die zich beroept op een vermindering van de op aangifte voldane bpm, de plicht rust om feiten te stellen, en bij betwisting aannemelijk te maken, die kunnen leiden tot een vermindering van de verschuldigde belasting. Indien de belastingplichtige er in is geslaagd dergelijke feiten aannemelijk te maken is het vervolgens aan verweerder om aan te tonen dat, met die feiten in aanmerking genomen, de geheven belasting niet in strijd is met artikel 110 VWEU Pro. De heffing op geïmporteerde gebruikte auto’s mag, al dan niet rechtstreeks, niet tot een hogere binnenlandse belasting leiden dan welke van gelijksoortige nationale producten wordt geheven en de import van dergelijke auto’s mag niet onderworpen zijn aan een zodanige binnenlandse belasting, dat daardoor andere producties zijdelings worden beschermd. De rechtbank verwijst in dit verband naar het arrest van de Hoge Raad van 15 november 2019; ECLI:NL:HR:2019:1783. Gelet op hetgeen hiervoor overwogen concludeert de rechtbank dat eiser niet aan de bewijslast voldaan heeft.
.Daarnaast ontbreken de aankoopnota, de nota van herstel en de reparatienota’s, waardoor de rechtbank geen ruimte ziet om het taxatierapport van eiser te volgen. Bijgevolg sluit de rechtbank aan bij het standpunt van verweerder.
Verzoek om immateriële schadevergoeding
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond, en
- wijst het verzoek om vergoeding van immateriële schade af.
Informatie over hoger beroep
www.rechtspraak.nl. Daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.