ECLI:NL:RBDHA:2026:2021
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 7 februari 2018. Verweerder heeft op 7 april 2025 het asielverzoek afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank heeft ambtshalve onderzocht of eiser nog procesbelang heeft bij het beroep. Uit de stukken blijkt dat eiser op 24 maart 2025 met onbekende bestemming is vertrokken en dat de gemachtigde van eiser geen contact meer kan krijgen met eiser. Gezien deze omstandigheden en vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op de aanvankelijk gezochte internationale bescherming.
Daarom ontbreekt procesbelang en is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 5 februari 2026 door rechter M.L. Weerkamp en griffier R. de Mul, en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.