ECLI:NL:RBDHA:2026:2021

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 februari 2026
Publicatiedatum
6 februari 2026
Zaaknummer
NL25.407
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30b Vreemdelingenwet 2000Art. 8:54 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij asielaanvraag

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 7 februari 2018. Verweerder heeft op 7 april 2025 het asielverzoek afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000.

De rechtbank heeft ambtshalve onderzocht of eiser nog procesbelang heeft bij het beroep. Uit de stukken blijkt dat eiser op 24 maart 2025 met onbekende bestemming is vertrokken en dat de gemachtigde van eiser geen contact meer kan krijgen met eiser. Gezien deze omstandigheden en vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op de aanvankelijk gezochte internationale bescherming.

Daarom ontbreekt procesbelang en is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 5 februari 2026 door rechter M.L. Weerkamp en griffier R. de Mul, en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.407

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. N. Wouters),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 7 februari 2018.
Bij besluit van 7 april 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. De rechtbank beantwoordt allereerst ambtshalve de vraag of eiser procesbelang heeft bij het beroep. Bij brief van 27 maart 2025 heeft verweerder meegedeeld dat eiser op 24 maart 2025 met onbekende bestemming is vertrokken. Bij bericht van 24 april 2025 heeft de gemachtigde van eiser aan de rechtbank meegedeeld dat het haar niet lukt om in contact te komen met eiser.
2. Gelet op deze omstandigheden en de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op de aanvankelijk gezochte internationale bescherming in Nederland. [1] Eiser heeft daarom geen procesbelang bij een inhoudelijke beoordeling van het door hem ingestelde beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
3. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 5 februari 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.