Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juli 2026 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
indien de naleving van de in het eerste lid bedoelde verplichtingen naar redelijke verwachting ernstig en onmiddellijk gevaar oplevert voor de veiligheid van personen (of goederen), alsnog de woning binnen te treden. Uit het proces-verbaal van binnentreden woning ter inbewaringstelling uitzetting (HV02) blijkt dat sprake was van zo’n situatie. De verbalisanten hebben namelijk eerst aangeklopt, waarna eiser open heeft gedaan. Omdat eiser in de politiesystemen bekend stond als vuurwapengevaarlijk (en er eerder een vuurwapen bij eiser is aangetroffen), is eiser direct staandegehouden. Vervolgens hebben de verbalisanten zich gelegitimeerd, de machtiging getoond aan eiser en het doel van binnentreden aan hem kenbaar gemaakt. De binnentreding was dan ook niet onrechtmatig. [2] De beroepsgrond slaagt niet.
b. eerder een besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht de Europese Unie dan wel Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;
d. in verband met zijn aanvraag om toelating onjuiste of tegenstrijdige gegevens heeft verstrekt over zijn identiteit, nationaliteit of de reis naar Nederland of een andere lidstaat;
h. heeft te kennen gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan de verplichting tot terugkeer;
p. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000) heeft gehouden;
r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.