ECLI:NL:RBDHA:2026:20231
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Zwitserland op grond van Dublinverordening
Eiser diende op 21 maart 2026 een asielaanvraag in, die de minister op 19 mei 2026 niet in behandeling nam omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat overdracht aan Zwitserland zou leiden tot onevenredige hardheid vanwege zijn psychische en lichamelijke klachten en onvoldoende hulp in Zwitserland.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat bijzondere, individuele omstandigheden aanwezig zijn die een uitzondering op de Dublinverordening rechtvaardigen. Hoewel eiser medische klachten heeft, blijkt niet dat hij specialistische zorg nodig heeft die alleen in Nederland beschikbaar is. De minister mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat Zwitserland adequate medische voorzieningen biedt.
Ook zijn de gestelde problemen met de Zwitserse autoriteiten onvoldoende onderbouwd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter A.S. Gaastra en griffier I.S. Pruijn op 17 juli 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Zwitserland verantwoordelijk is en geen sprake is van onevenredige hardheid.