ECLI:NL:RBDHA:2026:20235
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië volgens Dublinverordening
Eiser diende op 11 april 2026 een asielaanvraag in bij de Nederlandse minister van Asiel en Migratie. De minister nam de aanvraag op 18 mei 2026 niet in behandeling, omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat de minister artikel 17 van Pro de Dublinverordening had moeten toepassen vanwege bijzondere, individuele omstandigheden die overdracht aan Kroatië tot een onevenredige hardheid zouden maken.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat dergelijke bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. De minister heeft gemotiveerd toegelicht waarom het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië van toepassing is en waarom artikel 17 niet Pro van toepassing is. Dit oordeel is niet betwist door eiser. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat sprake is van een motiveringsgebrek.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de vordering af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter A.S. Gaastra en griffier I.S. Pruijn op 17 juli 2026. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.