ECLI:NL:RBDHA:2026:20246
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Frankrijk op grond van Dublinverordening
Eiser diende op 18 december 2025 een asielaanvraag in bij de Nederlandse minister van Asiel en Migratie. De minister nam de aanvraag op 2 juni 2026 niet in behandeling, omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Eiser stelde dat overdracht aan Frankrijk onevenredige hardheid zou opleveren en verwees naar een situatie van een landgenoot die in Frankrijk problemen ondervond.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat bijzondere, individuele omstandigheden aanwezig zijn die overdracht aan Frankrijk onredelijk maken. De verwijzing naar de landgenoot is onvoldoende en de overgelegde intrekkingsverklaring biedt geen bewijs dat de Franse autoriteiten eiser geen bescherming kunnen bieden. Daarnaast is niet betwist dat Frankrijk zijn internationale verplichtingen nakomt en dat eiser zich bij problemen tot de Franse autoriteiten kan wenden.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de vordering af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter A.S. Gaastra en griffier I.S. Pruijn op 17 juli 2026. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling.