ECLI:NL:RBDHA:2026:20278
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen bewaringsmaatregel
Verzoeker heeft de rechtbank verzocht om de minister te veroordelen tot vergoeding van proceskosten nadat hij zijn beroep tegen een bewaringsmaatregel van 3 juli 2026 had ingetrokken. De intrekking volgde op het feit dat de minister de bewaringsmaatregel op 12 juli 2026 heeft opgeheven.
De rechtbank heeft besloten geen zitting te houden en heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld. De minister stelde terecht dat verzoeker geen recht heeft op proceskostenvergoeding omdat het beroep niet door verzoeker was ingesteld, maar de maatregel door de minister ter toetsing aan de rechtbank was voorgelegd via een kennisgeving. Bovendien heeft verzoeker geen proceshandelingen verricht die volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht in aanmerking komen voor vergoeding.
Op grond hiervan heeft de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. De uitspraak is gedaan door rechter R. Tesfai en griffier N. Wetterauw en is openbaar bekendgemaakt op 21 juli 2026. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat geen recht bestaat op vergoeding na intrekking beroep zonder verrichte proceshandelingen.