ECLI:NL:RBDHA:2026:2029
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen wegens Dublinverordening en Zwitserse verantwoordelijkheid
De minister heeft op 7 januari 2026 de asielaanvragen van eisers niet in behandeling genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Eisers, Turkse LHBTI-ers, voerden aan geen vertrouwen te hebben in de Zwitserse asielprocedure en onvoldoende middelen te hebben voor rechtsmiddelen.
De rechtbank oordeelt dat de minister op het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag steunen en dat eisers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat Zwitserland zijn internationale verplichtingen niet nakomt. De enkele stelling van eisers is onvoldoende, ook het ontbreken van financiële middelen leidt niet tot het oordeel dat er structurele tekortkomingen zijn.
De rechtbank benadrukt dat Zwitserland met het claimakkoord heeft gegarandeerd de asielaanvragen te behandelen conform Europese richtlijnen. Eisers hadden klachten kunnen indienen bij Zwitserse autoriteiten, maar kozen ervoor dit niet te doen. Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk ongegrond en blijft het besluit van de minister in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen wordt kennelijk ongegrond verklaard en de overdracht aan Zwitserland bevestigd.