ECLI:NL:RBDHA:2026:2029

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
6 februari 2026
Zaaknummer
NL26.00933 en NL26.00938
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 18 DublinverordeningArt. 8:54 AwbArt. 30 Vreemdelingenwet 2000ProcedurerichtlijnOpvangrichtlijn
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen wegens Dublinverordening en Zwitserse verantwoordelijkheid

De minister heeft op 7 januari 2026 de asielaanvragen van eisers niet in behandeling genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Eisers, Turkse LHBTI-ers, voerden aan geen vertrouwen te hebben in de Zwitserse asielprocedure en onvoldoende middelen te hebben voor rechtsmiddelen.

De rechtbank oordeelt dat de minister op het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag steunen en dat eisers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat Zwitserland zijn internationale verplichtingen niet nakomt. De enkele stelling van eisers is onvoldoende, ook het ontbreken van financiële middelen leidt niet tot het oordeel dat er structurele tekortkomingen zijn.

De rechtbank benadrukt dat Zwitserland met het claimakkoord heeft gegarandeerd de asielaanvragen te behandelen conform Europese richtlijnen. Eisers hadden klachten kunnen indienen bij Zwitserse autoriteiten, maar kozen ervoor dit niet te doen. Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk ongegrond en blijft het besluit van de minister in stand.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen wordt kennelijk ongegrond verklaard en de overdracht aan Zwitserland bevestigd.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: NL26.933 en NL26.938

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam],

V-nummer: [V-nummer],

[naam],

V-nummer: [V-nummer],
samen: eisers,
(gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. De minister heeft op 7 januari 2026 de aanvragen van eisers om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de aanvragen. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eisers tegen deze beslissing.
1.1.
Omdat de beroepen kennelijk ongegrond zijn, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. [1]
1.2.
De verzoeken een voorlopige voorziening te treffen, staan geregistreerd onder de zaaknummers NL26.934 en NL26.939. Hierop wordt bij afzonderlijke uitspraak beslist.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen van eisers. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden die eisers hebben aangevoerd.
3. De rechtbank is van oordeel dat de beroepen kennelijk ongegrond zijn. Dat betekent dat eisers ongelijk krijgen en het niet in behandeling nemen van de aanvragen in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Totstandkoming van het besluit
4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen, die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [2] In dit geval heeft Nederland op 25 augustus 2025 en 2 september 2025 bij Zwitserland een verzoek om terugname gedaan. Zwitserland heeft deze verzoeken op 27 augustus 2025 en 5 september 2025, op grond van artikel 18, eerste lid onder d van de Dublinverordening aanvaard.
Wat vinden eisers?
5. Eisers geven aan geen vertrouwen te hebben in de Zwitserse autoriteiten omdat zij zich niet houden aan Europese wetgeving, waaronder de Opvangrichtlijn. Omdat zij geen vertrouwen hebben in de behandeling van asielzoekers in Zwitserland, hebben eisers geen klacht ingediend bij de Zwitserse autoriteiten.
5.1.
Eisers stellen daarnaast dat zij niet de noodzakelijke rechtsmiddelen hebben kunnen aanwenden, omdat zij daar onvoldoende geld voor hebben. In het bestreden besluit wordt de regelgeving hieromtrent uit de Procedurerichtlijn opgesomd, maar dat laat onverlet dat asielaanvragers als eisers tussen wal en schip en kunnen belanden. Eisers zijn Turkse LHBTI-ers en de kans is groot dat het beroep zal slagen. Door niet de mogelijkheid te hebben om kosteloos het noodzakelijke rechtsmiddel in te dienen, zijn eisers ernstig in hun belangen geschaad.
Oordeel van de rechtbank
6. De rechtbank overweegt dat de minister er op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel op mag vertrouwen dat Zwitserland zich aan zijn internationale verplichtingen houdt. Het is aan eisers om aannemelijk te maken dat in hun geval niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag worden uitgegaan.
6.1.
Eisers zijn hier naar het oordeel van de rechtbank niet in geslaagd. De minister overweegt terecht dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat de Zwitserse autoriteiten zich niet houden aan hun internationale verplichtingen. De enkele stelling van eisers dat dit het geval is, is onvoldoende. Ook de stelling dat eisers geen geld hebben om een rechtsmiddel in te zetten, leidt niet tot de conclusie dat er in Zwitserland structurele tekortkomingen zijn. De minister heeft daarbij terecht opgemerkt dat de Zwitserse asielprocedure, waaronder de rechtsbijstand, voldoet aan de Procedurerichtlijn. Het enkele gegeven dat de rechtsbijstand in Zwitserland anders is geregeld dan in Nederland, maakt op zichzelf niet dat Zwitserland zijn verplichtingen niet nakomt. Daarbij is van belang dat Zwitserland met het claimakkoord heeft gegarandeerd de asielaanvraag van eiser in behandeling te nemen met inachtneming van de Europese asiel- en opvangrichtlijnen. Indien Zwitserland zich niet houdt aan deze richtlijnen ligt het op de weg van eisers om hierover te klagen bij de (hogere) Zwitserse autoriteiten. Eisers hebben ervoor gekozen dit niet te doen omdat zij geen vertrouwen hebben in de Zwitserse autoriteiten. Dat staat eisers vrij, maar maakt niet dat op voorhand gesteld kan worden dat klagen voor eisers zinloos of niet mogelijk is.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is kennelijk ongegrond. Dat betekent dat eisers mogen worden overgedragen aan Zwitserland. Eisers krijgen geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van mr. H.A. van der Wal, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
2.Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.