ECLI:NL:RBDHA:2026:2032
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-in behandeling nemen asielaanvragen wegens Dublinverantwoordelijkheid Zwitserland
De minister van Asiel en Migratie heeft op 7 januari 2026 de asielaanvragen van verzoekers niet in behandeling genomen, omdat Zwitserland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de beoordeling van deze aanvragen.
Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft de zaak zonder zitting behandeld en verwees naar eerdere uitspraken (zaaknummers NL26.933 en NL26.938) waarin de beroepen ongegrond zijn verklaard.
Gezien deze eerdere uitspraken acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer nodig en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen is afgewezen.