Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, werd op 13 juli 2026 in bewaring gesteld op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet. De maatregel werd opgeheven op 17 juli 2026. Eiser betwistte alle gronden voor bewaring, waaronder illegale inreis en het niet beschikbaar zijn voor de asielprocedure.
De rechtbank beoordeelde of de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was en of eiser recht had op schadevergoeding. De rechtbank oordeelde dat de gronden a (illegale inreis en onttrekken aan toezicht) en o (niet beschikbaar zijn door verzuim melding afwezigheid) feitelijk juist en voldoende waren om de bewaring te dragen. Eiser had zonder geldige documenten Nederland illegaal via Spanje binnengekomen en zich niet beschikbaar gehouden voor de autoriteiten.
De rechtbank vond geen aanleiding voor een lichter middel en concludeerde dat de bewaring niet onrechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.