Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Poolse staatsburger, is in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet vanwege een risico op onderduiken en het ontwijken van de uitzettingsprocedure. Eiser betoogt dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gehandeld bij de voorbereiding van zijn uitzetting, onder meer omdat hij al tijdens zijn strafdetentie had kunnen worden uitgezet.
De rechtbank oordeelt dat het besluit van 26 april 2022 rechtsgeldig aan eiser is bekendgemaakt en dat eiser zijn verblijf in Nederland niet daadwerkelijk en effectief heeft beëindigd, waardoor het verwijderingsbesluit nog steeds van kracht is. De gronden voor de bewaring worden niet betwist en zijn voldoende onderbouwd.
Hoewel verweerder erkent niet te hebben voldaan aan de inspanningsverplichting om de uitzetting tijdens de strafdetentie voor te bereiden, leidt dit niet tot onrechtmatigheid van de bewaring. De belangenafweging, mede gelet op het risico op onderduiken en eerdere uitzettingen, valt in het nadeel van eiser uit.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.