ECLI:NL:RBDHA:2026:20520
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing mvv-aanvraag op grond van onvoldoende belangenafweging familieleven
Eiseres, moeder van referent, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) op grond van artikel 8 EVRM Pro, gericht op familieleven met haar zoon en diens gezin in Nederland. Verweerder wees de aanvraag af, stellende dat er geen beschermenswaardig familieleven bestond tussen eiseres en referent en zijn echtgenote, en dat het economisch belang van Nederland zwaarder woog dan het familieleven met de kleinkinderen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte onvoldoende rekening heeft gehouden met de belangen van de kleinkinderen en de objectieve belemmering om het familieleven in Syrië voort te zetten. Ook is onvoldoende gemotiveerd waarom het economisch belang prevaleert. De rechtbank stelt vast dat er wel sprake is van beschermenswaardig familieleven met de kleinkinderen.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuwe belangenafweging te maken, waarbij de belangen van de kleinkinderen en de impact van het foutieve eerdere besluit meegewogen moeten worden. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet een nieuwe belangenafweging maken waarbij de belangen van de kleinkinderen worden betrokken.