Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie legde op 9 juni 2026 een maatregel van vreemdelingenbewaring op aan eiser, die hiertegen beroep instelde en tevens schadevergoeding vorderde. De rechtbank had de rechtmatigheid van de maatregel reeds beoordeeld in een eerdere uitspraak van 17 juni 2026, waarbij de maatregel tot dat moment als rechtmatig werd beschouwd.
Bij de beoordeling van het voortduren van de maatregel sinds 17 juni 2026 concludeert de rechtbank dat er geen onrechtmatigheden zijn geconstateerd. De minister handelt voortvarend door regelmatig navraag te doen over de afgifte van een laissez-passer en door vertrekgesprekken met eiser te voeren. Eiser heeft geen bezwaren tegen de voortgangsrapportage ingebracht en verwijst naar het eerdere oordeel van de rechtbank.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van vreemdelingenbewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.