ECLI:NL:RBDHA:2026:20556
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit op grond van verdenking geweldsmisdrijf
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van een Saoedische vreemdeling tegen een terugkeerbesluit van de minister van Asiel en Migratie beoordeeld. Het terugkeerbesluit verplicht eiser om binnen 28 dagen Nederland te verlaten vanwege een verdenking van mishandeling, gepleegd tijdens zijn verblijf in de vrije termijn.
Eiser voerde aan dat de strafzaak nog niet was behandeld en later geseponeerd werd wegens onvoldoende bewijs, en dat er geen objectieve en nauwkeurige elementen waren die de verdenking rechtvaardigden. De rechtbank benadrukte dat de beoordeling ex-tunc plaatsvindt, dus op basis van de situatie ten tijde van het besluit.
De rechtbank stelde vast dat eiser op heterdaad was aangehouden, in verzekering gesteld en gedagvaard, wat voldoende objectieve en nauwkeurige aanwijzingen vormde voor de verdenking. Het feit dat het Openbaar Ministerie later seponeerde, doet hieraan niet af. De verdenking van mishandeling, een geweldsmisdrijf met een maximale gevangenisstraf van drie jaar, rechtvaardigt de onmiddellijke beëindiging van het verblijf.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het terugkeerbesluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.