Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] ,
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Samenvatting
.Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Ghanese nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie. Tevens verzocht hij om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op het beroep is beslist.
De rechtbank stelt ambtshalve vast dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact onderhoudt met zijn gemachtigde. Hierdoor ontbreekt het aan procesbelang, omdat eiser geen prijs meer stelt op de bescherming die hij aanvankelijk zocht. Dit volgt uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank onderzoekt of bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die een inhoudelijke beoordeling vereisen, zoals een mogelijke schending van artikel 3 EVRM Pro. Dit wordt echter niet vastgesteld.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter zonder zitting en kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na verzending.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.