ECLI:NL:RBDHA:2026:20580
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens twijfel aan terugkeer en onvoldoende binding met Iran
Eiseres, een Iraanse vrouw, vroeg op 18 juni 2023 een visum voor kort verblijf aan om haar zoon en schoondochter in Nederland te bezoeken. Verweerder wees de aanvraag af omdat er twijfel bestond over het opgegeven reisdoel en het voornemen van eiseres om tijdig terug te keren naar Iran. Tevens werd meegewogen dat een mvv-aanvraag door een andere zoon van eiseres liep, wat duidde op een mogelijk langdurig verblijf in Nederland.
Eiseres voerde aan dat zij de Nederlandse wetgeving respecteert en geen intentie heeft om illegaal te verblijven. Zij wees op een door Duitsland verstrekt visum en stelde dat zij economische en sociale binding met Iran heeft, waaronder een koopwoning, pensioen en familie. Verweerder achtte deze bindingen onvoldoende onderbouwd en vond dat de garantstelling door een externe derde de twijfel niet wegneemt.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht twijfelde aan het voornemen van eiseres om tijdig terug te keren, mede vanwege de lopende mvv-procedure en de geringe economische en sociale binding met Iran. Het Duitse visum werd niet betrokken bij de beoordeling omdat het na het bestreden besluit was afgegeven en op andere feiten was gebaseerd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het visum kort verblijf wordt ongegrond verklaard vanwege twijfel aan terugkeer en onvoldoende binding met Iran.