ECLI:NL:RBDHA:2023:6695
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering visum kort verblijf vanwege twijfel aan terugkeer en verblijfsdoel
Eiseres, een Marokkaanse vrouw, vroeg een visum kort verblijf aan om een familiehuwelijk in Nederland bij te wonen. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af wegens onvoldoende aantoonbaar doel en twijfel aan terugkeer naar Marokko.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht twijfelde aan de economische en sociale binding van eiseres met Marokko, mede omdat zij afhankelijk is van het pensioen van haar echtgenoot en haar meerderjarige zoon zelfstandig is. De sterkere binding met Nederland en eerdere intentie om definitief te blijven, versterkten de twijfel.
De rechtbank verwierp het verweer dat de hoorplicht was geschonden en dat de motivering onvoldoende was, omdat eiseres in bezwaar gelegenheid had gehad haar aanvraag toe te lichten. De rechtbank concludeerde dat het bezwaar kennelijk ongegrond was en wees het beroep af.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van het visum kort verblijf wordt ongegrond verklaard.