Uitspraak
Rechtbank den haag
1.Het wrakingsverzoek
2.De beoordeling
naeen zitting geven geen aanleiding om tot de conclusie te komen dat sprake is van (schijn van) partijdigheid
opdie zitting en geven evenmin aanleiding om het tijdsverloop te rechtvaardigen. Bovendien heeft verzoekster in het eerste wrakingsverzoek het optreden van de rechter tijdens de zitting van 4 mei 2026 aan de orde gesteld en heeft de wrakingskamer op 29 juni 2026 op dat verzoek een beslissing genomen. Gelet op het voorgaande kan verzoekster niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen en zal verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking worden verklaard.