Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
[email-adres]). De rechtbank lijkt niet te lezen wat verzoekster stuurt. Haar eerdere aanhoudingsverzoek is niet herkend als zodanig, en dat verzoekster vervolgens heeft aangegeven dat zij naar het ziekenhuis moest op de dag van de zitting in de hoofdzaak is ook over het hoofd gezien. Ten onrechte is er vervolgens gesteld dat zij bovendien geen bewijs heeft aangeleverd van haar verhindering. Verzoekster meent dat hieruit blijkt dat sprake is van een kantonrechter die vooringenomen is (“
lack of openmindedness”) en dat er sprake is van een keten van gebeurtenissen die de wederpartij in de hoofdzaak steunen.
3.De beoordeling
Ik ben mogelijk niet beschikbaar op 18 mei, omdat ik naar het ziekenhuis moet, waardoor de aanvragen niet op de dag van de hoorzitting besproken kunnen worden. Ik verzoek u daarom de hoorzitting op 18 mei te annuleren en mijn aanvragen verder te behandelen. Ik vestig ook uw aandacht ook op andere zaken die in de correspondentie van 11 februari aan de orde zijn gesteld en die u duidelijk vóór de zitting moet behandelen, en waarop uw reactie is vereist.” In reactie hierop heeft de kantonrechter aangegeven volgens het Aanhoudingsprotocol te handelen en op grond daarvan verzocht om een bewijsstuk waaruit blijkt dat verzoekster op het tijdstip van de zitting in de hoofdzaak verhinderd is. Verzoekster heeft vervolgens een screenshot van een eigen planning of agenda gestuurd op 13 mei 2026. De kantonrechter heeft geoordeeld dat dit niet als verifieerbaar bewijs (voor een verhindering op 18 mei 2026) geldt. Deze motivering is niet onjuist of onbegrijpelijk. Ook hieruit kan dan ook geen schijn van vooringenomenheid worden afgeleid.
4.De beslissing
29 juni 2026.