ECLI:NL:RBDHA:2026:20732
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening gronden asielprocedure
Eiseres, van Nigeriaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. De minister verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat eiseres reeds internationale bescherming geniet in Italië tot november 2027.
Eiseres stelde beroep in tegen dit besluit, maar de rechtbank constateerde dat de gronden van het beroep ontbraken. Ondanks meerdere verzoeken en termijnen om deze alsnog in te dienen, werden de gronden te laat en onjuist aangeleverd. De rechtbank oordeelde dat de reden voor het verzuim niet verschoonbaar was.
De rechtbank toetste ook of het standpunt van de minister dat terugkeer niet in strijd is met artikel 3 EVRM Pro evident onjuist was, maar vond geen aanwijzingen dat eiseres bij terugkeer een reëel risico loopt op schending van dit artikel.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees zij de proceskostenveroordeling af. De zaak werd niet inhoudelijk behandeld.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het te laat indienen van de gronden van beroep.