ECLI:NL:RBDHA:2026:20750
Rechtbank Den Haag
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens zakelijk verband
Op 17 juli 2026 heeft een rechter van de rechtbank Den Haag een verzoek tot verschoning ingediend in een civiele zaak betreffende een minderjarige. Het verzoek is gebaseerd op het bestaan van een zakelijk verband tussen de familie van een procespartij en de rechter, wat aanleiding geeft tot de schijn van partijdigheid.
De meervoudige verschoningskamer heeft het verzoek beoordeeld zonder zitting, aangezien een verschoningsverzoek niet ter terechtzitting hoeft te worden behandeld. Uitgangspunt is dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, maar uitzonderlijke omstandigheden kunnen deze veronderstelling doorbreken.
De kamer oordeelt dat het verzoek terecht is ingediend en wijst het toe om de schijn van partijdigheid te vermijden. De behandeling van de hoofdzaak wordt overgenomen door een andere rechter en het proces wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment van het verzoek.
Een afschrift van de beslissing wordt toegezonden aan de betrokken rechter en de ouders van de minderjarige. De beslissing is genomen op 22 juli 2026 door de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank Den Haag.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet door een andere rechter.