ECLI:NL:RBDHA:2026:2080

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
NL25.38322
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • G.A. Bouter - Rijksen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 VwArt. 30a VwArt. 3.106b Vbparagraaf C2/6.3. Vc
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Asielaanvraag afgewezen wegens veilig derde land Zuid-Afrika ondanks persoonlijke risico's

Eiser, een Zimbabwaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in nadat hij jarenlang in Zuid-Afrika verbleef en zijn verblijfsrecht daar niet verlengde. Hij vreesde terugkeer vanwege xenofobie, bedreigingen en zijn biseksualiteit.

De minister wees de aanvraag af op grond van het veilig derde land beginsel, omdat Zuid-Afrika als veilig werd beschouwd en eiser aannemelijk werd geacht daar opnieuw toegang toe te krijgen. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde dat hij niet zou worden toegelaten of dat Zuid-Afrika voor hem onveilig is.

De rechtbank overwoog dat algemene problemen in Zuid-Afrika, zoals xenofobie en discriminatie, niet specifiek op eiser van toepassing zijn. Ook zijn persoonlijke omstandigheden, zoals een zakelijk geschil en bedreigingen, rechtvaardigen geen uitzondering. De rechtbank bevestigde dat eiser bescherming kan vragen van Zuid-Afrikaanse autoriteiten.

Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat Zuid-Afrika als veilig derde land geldt voor eiser.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.38322

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. M. Woudwijk),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. A. Sarmastzada).

Procesverloop

Bij besluit van 8 augustus 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (asielaanvraag) als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 16 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, T. Toes als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Totstandkoming van het besluit

Achtergrond
1. Eiser heeft de Zimbabwaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1995. Eiser heeft van 2009 tot 2022 in Zuid-Afrika verbleven. Vanaf 2010 had eiser verblijfsrecht in Zuid-Afrika. Eiser heeft zijn verblijfsrecht in 2022 niet verlengd. Eiser is op 16 november 2022 met een visum Italië ingereisd. Op 22 november 2022 is eiser Nederland ingereisd en op 26 november 2022 heeft hij een asielaanvraag in Nederland ingediend.
1.1.
Eiser heeft aan zijn asielaanvraag – kort samengevat – het volgende ten grondslag gelegd. Eiser is in 2009 samen met zijn ouders vanuit Zimbabwe naar Zuid-Afrika gevlucht omdat, kort gezegd, zijn vader is gedeserteerd uit het Zimbabwaanse leger. Eiser is een aantal keer terug geweest naar Zimbabwe, onder andere om zich politiek te uiten. Dit doet hij ook online. Zuid-Afrika is vanwege xenofobische aanvallen voor eiser niet meer veilig. Daarnaast hebben eiser en zijn familie doodsbedreigingen van een zakenpartner van eiser ontvangen. Tot slot vreest eiser ook aangevallen te worden door de gemeenschap vanwege zijn biseksualiteit. Eiser kan geen bescherming van de politie krijgen.
Het bestreden besluit
2. Met het bestreden besluit van 8 augustus 2025 heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw omdat Zuid-Afrika voor eiser als veilig derde land wordt beschouwd. Daaraan heeft verweerder – kort samengevat – ten grondslag gelegd dat eiser in de periode van 2009 tot 2022 in Zuid-Afrika heeft verbleven en sinds 2010 verblijfsrecht in Zuid-Afrika had. Eiser heeft zijn verblijfsrecht sinds 2022 zelf niet meer verlengd. Eiser heeft volgens verweerder een zodanige band met Zuid-Afrika dat het redelijk is om terug te keren. Daarnaast is volgens verweerder aannemelijk dat eiser opnieuw tot Zuid-Afrika wordt toegelaten en heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat Zuid-Afrika voor hem niet als veilig derde land kan worden beschouwd.

Beoordeling door de rechtbank

Wat vindt eiser in beroep?
3. Eiser stelt zich op het standpunt dat hij niet opnieuw zal worden toegelaten tot Zuid-Afrika. Hij voldoet namelijk niet aan de vereisten voor toelating. Dat eiser eerder tot Zuid-Afrika is toegelaten doet hier volgens hem niet aan af omdat dit via omkoping ging. Daarnaast is Zuid-Afrika volgens eiser voor hem geen veilig derde land omdat hij gevaar loopt vanwege xenofobie, zijn seksuele geaardheid, en een zakelijk geschil. Eiser kan hiervoor geen bescherming van de autoriteiten inroepen.
Toegang tot Zuid-Afrika
4. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat eiser een zodanige band heeft met Zuid-Afrika dat het voor hem redelijk is om daar naartoe te gaan. Wel is in geschil of eiser toegang zal krijgen tot Zuid-Afrika. In dit kader dient verweerder aan de hand van informatie uit algemene bronnen of op basis van de verklaringen van eiser redenen aan te dragen waarom (weder)toelating in beginsel mogelijk moet zijn. Vervolgens is het aan eiser om met tegenbewijs te komen waarmee hij voldoende aannemelijk maakt dat de door verweerder geschetste mogelijkheden om toegang te krijgen tot Zuid-Afrika in zijn geval niet aanwezig zijn. Daarnaast is het aan eiser om inspanningen te verrichten om daadwerkelijk te worden toegelaten tot Zuid-Afrika. [1]
4.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder voldoende aannemelijk gemaakt dat eiser zal worden toegelaten tot Zuid-Afrika. Verweerder heeft er in dit kader op kunnen wijzen dat eiser van 2010 tot 2022 verblijfsrecht in Zuid-Afrika heeft gehad, dat hij er zelf voor heeft gekozen om dit verblijfsrecht niet te verlengen en dat niet is gebleken dat het verkrijgen van verblijfsrecht in de toekomst problematisch zal zijn. Dat, zoals eiser nu stelt, hij niet opnieuw verblijfsrecht zal krijgen omdat hij niet aan de voorwaarden voldoet, volgt de rechtbank niet. Verweerder heeft er in dit kader op kunnen wijzen dat van eiser verwacht mag worden dat hij inspanningen verricht om daadwerkelijk te worden toegelaten tot Zuid-Afrika. Niet is gebleken dat eiser daadwerkelijk heeft geprobeerd om een aanvraag, bijvoorbeeld een visumaanvraag, in te dienen en dat deze aanvraag is afgewezen. Verweerder stelt niet ten onrechte dat eisers standpunt dat hij niet wordt toegelaten omdat hij niet aan de voorwaarden voldoet is gebaseerd op aannames. De rechtbank merkt hierbij op dat zij uit de door eiser bij zijn zienswijze overgelegde bijlagen niet kan opmaken dat de voorwaarden waar eiser op wijst op hem van toepassing zullen zijn. Ook eisers stelling dat hij in het verleden vanuit Zimbabwe door middel van omkoping Zuid-Afrika is binnengekomen, heeft verweerder niet ten onrechte als onvoldoende aanleiding gezien voor het oordeel dat eiser niet opnieuw zal worden toegelaten tot Zuid-Afrika. Dit doet immers niet af aan de omstandigheid dat eiser bijna 12 jaar verblijfsrecht in Zuid-Afrika heeft gehad. Ook de omstandigheid dat kennissen van eiser al vijf jaar wachten op een beslissing heeft verweerder niet afdoende kunnen vinden. Verweerder heeft er op de zitting op kunnen wijzen dat hieruit niet volgt dat dit ook voor eiser zou gelden, of dat er helemaal niet wordt beslist op aanvragen.
Zuid-Afrika als veilig derde land voor eiser
5. De rechtbank stelt verder vast dat tussen partijen niet in geschil is dat Zuid-Afrika in het algemeen een veilig derde land is. Eiser heeft dit op de zitting ook bevestigd. Wel is in geschil of Zuid-Afrika specifiek voor eiser een veilig derde land is. In dit kader hebben eiser en verweerder een samenwerkingsplicht waarbij het aan eiser is om aannemelijk te maken dat Zuid-Afrika in zijn specifieke geval niet als veilig land kan worden beschouwd. Verweerder moet onderzoeken of Zuid-Afrika voor eiser niet als veilig kan worden aangemerkt. [2]
5.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat eiser er niet in geslaagd is om aannemelijk te maken dat Zuid-Afrika in zijn specifieke geval niet als veilig land kan worden beschouwd. Verweerder wijst er in dit kader niet ten onrechte op dat de Zuid-Afrikaanse autoriteiten eiser eerder een status hebben verleend en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet opnieuw aanspraak kan maken op de daaruit voortvloeiende rechten. Eiser heeft zijn status immers zelf niet verlengd en heeft verklaard dit ook nooit te hebben geprobeerd (pagina 5 nader gehoor). Verweerder heeft er verder op kunnen wijzen dat eiser, indien nodig, bescherming kan vragen van de Zuid-Afrikaanse autoriteiten. Dat de politie mogelijk betrokken is bij xenofobe geweldssituaties doet hier niet aan af, temeer nu eiser onvoldoende persoonlijke feiten en omstandigheden heeft aangevoerd waaruit blijkt dat de autoriteiten hem specifiek geen bescherming willen of kunnen bieden. Zo heeft eiser enkel verklaard dat de autoriteiten wat betreft de situatie van de LHBTI-gemeenschap niet de stappen nemen die noodzakelijk zijn en bijvoorbeeld mannen die mishandeld worden door een vrouw uitlachen (pagina 22 aanvullend gehoor) en dat zijn familie aangifte heeft gedaan vanwege een inbraak maar dat hier niks mee is gedaan (pagina 35 aanvullend gehoor). Eiser verklaart verder dat in Zuid-Afrika degene die geld heeft bescherming krijgt van de politie en dat buitenlanders van de politie geen bescherming krijgen (pagina 36 aanvullend gehoor), maar dit is een algemene, niet onderbouwde verklaring. Niet is gebleken dat de autoriteiten eiser vanwege xenofobie of anderszins geen bescherming kunnen of willen bieden. Eiser heeft hiermee onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij geen hulp van de autoriteiten kan inroepen.
5.2.
Eiser stelt zich op het standpunt dat Zuid-Afrika vanwege xenofobie geen veilig land voor hem is, in welk kader hij ook meerdere documenten heeft overgelegd. [3] De rechtbank overweegt dat uit deze documenten weliswaar blijkt dat er in Zuid-Afrika problemen zijn vanwege xenofobie, maar, zo stelt verweerder niet ten onrechte, hieruit blijkt niet dat eiser specifiek geraakt zal worden door xenofobie. Zo blijkt uit de door eiser overgelegde documenten dat kinderen in Zuid-Afrika die geen identiteitsdocumenten hebben geen toegang hebben tot onderwijs, gezondheidszorg en sociale uitkeringen en dat ongedocumenteerden soms worden belemmerd in hun toegang tot de zorg. Niet valt in te zien waarom Zuid-Afrika hierdoor niet langer als veilig derde land valt aan te merken voor eiser. Eiser is immers volwassen en heeft in het verleden ook een verblijfsstatus in Zuid-Afrika gehad. Zoals hiervoor ook al is overwogen heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij deze status, of een andere status, niet opnieuw zal verkrijgen. Verweerder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank verder op het standpunt kunnen stellen dat eiser, zoals onder 5.1. ook al is overwogen, bescherming kan vragen van de Zuid-Afrikaanse autoriteiten. Over de ontvoering van eisers tante, de moord op zijn oom en de problemen van zijn moeder om toegang te krijgen tot de medische zorg, stelt verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt dat dit niet ziet op eisers specifieke situatie en dat daarom niet valt in te zien dat Zuid-Afrika hierom geen veilig land voor eiser is. Ook heeft verweerder er op kunnen wijzen dat niet duidelijk is of de ontvoering van de tante van eiser of de moord op zijn oom te maken heeft met xenofobie. Zo heeft eiser verklaard dat personen boos waren op zijn oom en dat ze daarom hebben ingebroken (pagina 5 nader gehoor), maar niet dat dit was vanwege xenofobie. De rechtbank merkt nog op dat uit het door eiser overgelegde politierapport betreffende zijn tante enkel blijkt dat zij verklaart te zijn ontvoerd en beroofd door een Uber-chauffeur. Dat sprake is van xenofoob geweld volgt hier niet uit. Gelet op het voorgaande had verweerder ook geen aanleiding hoeven zien om eiser nader te horen over de dood van zijn oom, de ontvoering van zijn tante en de medische situatie van zijn moeder.
5.3.
Voor wat betreft zijn stelling dat Zuid-Afrika vanwege zijn seksuele geaardheid voor hem niet als veilig derde land kan worden beschouwd, heeft eiser verwezen naar een rapport van Freedom House [4] en een rapport van de United States Department of State [5] . Uit deze rapporten volgt (kort samengevat) dat er in Zuid-Afrika sprake is van online pestgedrag tegen LHBTI’ers en dat deze groep een hoog risico loopt om slachtoffer te worden van mensenhandel. In dit kader wijst verweerder er naar het oordeel van de rechtbank niet ten onrechte op dat eiser niet heeft onderbouwd op welke manier deze rapporten betrekking hebben op zijn eigen specifieke situatie. Zo heeft eiser weliswaar verklaard dat hij biseksueel is, maar heeft eiser niet verklaard dat hij daardoor online wordt gepest. Ook heeft eiser niet verklaard dat hij vanwege zijn biseksualiteit risico loopt om in de handen van mensenhandelaars te komen. Eiser heeft verder verklaard dat je in Zuid-Afrika wel open kan zijn en dat mensen in Zuid-Afrika in principe kunnen zijn wat ze willen zijn, al kunnen er aanvallen plaatsvinden vanuit de gemeenschap (de rechtbank begrijpt: de sociale omgeving) (pagina 9 en 22 aanvullend gehoor). Ook heeft hij verklaard dat hij vrienden had binnen de LHBTI-gemeenschap in Zuid-Afrika (pagina 9 en 22 aanvullend gehoor) en tijd met hen doorbracht en naar evenementen ging (pagina 22 aanvullend gehoor). Eiser kan daarnaast, zoals is overwogen onder 5.1., ook bescherming vragen van de autoriteiten. Verweerder heeft in hetgeen eiser heeft aangevoerd dan ook niet ten onrechte geen aanleiding gezien voor het oordeel dat Zuid-Afrika voor eiser geen veilig derde land is.
5.4.
Voor zover eiser zich op het standpunt stelt dat Zuid-Afrika vanwege zijn zakelijke geschil niet langer als veilig derde land voor hem kan worden gezien, heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat, zoals onder 5.1. is overwogen, eiser bescherming kan vragen van de Zuid-Afrikaanse autoriteiten. Dat eiser een advocaat heeft ingeschakeld vanwege het zakelijke geschil is onvoldoende voor het oordeel dat eiser geen overheidsbescherming kan krijgen. Daarnaast wijst verweerder er niet ten onrechte op dat uit de door eiser overgelegde documenten over het zakelijke geschil niet blijkt dat eiser bedreigd wordt. Uit de documenten blijkt enkel dat eiser geld verschuldigd is. Verweerder heeft in wat eiser heeft aangevoerd dan ook niet ten onrechte geen aanleiding gezien voor het oordeel dat Zuid-Afrika voor eiser geen veilig derde land is.

Conclusie en gevolgen

6. De beroepsgronden slagen niet. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand kan blijven. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. Bouter - Rijksen, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Duijf, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van state van 13 december 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:3380), 17 april 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:1480) en 22 april 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:1781).
2.Zie in dit kader ook artikel 3.106b, van het Vb en paragraaf C2/6.3. van de Vc.
3.Eiser heeft de volgende documenten overgelegd: U.S. Department of State, South Africa 2023 Human Rights Report; Freedom House, Freedom on the Net 2024, key developments, June 1 2023 – may 31, 2024; ICJ, South Africa: ICJ urges high court to apply international law protecting migrants and refugees from discrimination and xenophobia in case involving vigilante attacks, 8 juli 2025; Independent Online, Healthcare workers could be colluding with operation Dudula, September 2025; Times of Eswatini, SA’s Dudula drags sickly emaSwati out of hospital, 11 augustus 2025; Independent Online, Stateless in South Africa: The untold crisis facing millions without documentation, September 2025 en Independent Online, Stateless in South Africa: The untold crisis facing millions without documentation, September 2025.
4.Freedom House, Freedom on the Net 2024, key developments, June 1 2023 – may 31, 2024.
5.U.S. Department of State, 2024 Trafficking in Persons Report South Africa.