ECLI:NL:RVS:2017:3380
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens veilig derde land VAE
De vreemdeling, van Syrische nationaliteit, had een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris op 22 maart 2017 niet-ontvankelijk werd verklaard omdat de VAE als veilig derde land werd beschouwd. De rechtbank vernietigde dit besluit en beval een nieuw besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State onderzocht of de staatssecretaris terecht had geoordeeld dat de VAE een veilig derde land is. Dit vereist dat de vreemdeling in dat land wordt behandeld volgens de beginselen van artikel 3.106a Vreemdelingenbesluit 2000 en dat hij een redelijke band met dat land heeft, waaronder toegang tot het land.
De staatssecretaris toonde aan dat de vreemdeling toegang tot de VAE kan verkrijgen, mede gelet op zijn eerdere verblijfs- en werkverleden daar en familiebanden. De vreemdeling had geen bewijs geleverd dat toegang onmogelijk is. Ook is vastgesteld dat de vreemdeling een geldig Syrisch paspoort kan verkrijgen.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €990,00.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt dat de VAE een veilig derde land is en verklaart de asielaanvraag niet-ontvankelijk.