ECLI:NL:RBDHA:2026:2081

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 februari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
AWB 24/13171
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing machtiging voorlopig verblijf

Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen op 10 oktober 2023. Na bezwaar is dit besluit op 6 augustus 2024 gehandhaafd. Verzoekster stelde beroep in tegen deze afwijzing en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting, conform artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Tegelijkertijd is op het hoofdberoep uitspraak gedaan onder zaaknummer AWB 24/13170.

Gezien de uitspraak op het hoofdberoep wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 24/13171

uitspraak van de voorzieningenrechter van 5 februari 2026 in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. S. Karkache),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. I. Vugs).

Procesverloop

In het besluit van 10 oktober 2023 heeft verweerder de aanvraag van verzoekster voor een machtiging tot voorlopig verblijf afgewezen. Met het besluit van 6 augustus 2024 heeft verweerder op het bezwaar van verzoekster beslist: verweerder is bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
Verzoekster heeft tegen het besluit van 6 augustus 2024 beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Met de uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB 24/13170, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 5 februari 2026 door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerd publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.