Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Eritrese nationaliteit dragende persoon, diende op 28 augustus 2025 een asielaanvraag in Nederland in. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling. Oostenrijk had het verzoek tot overname geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat bijzondere individuele omstandigheden, zoals zijn leeftijd, het ontbreken van familie in Oostenrijk en het feit dat zijn broer in Nederland woont, een overdracht aan Oostenrijk van onevenredige hardheid maken. De rechtbank oordeelde dat de broer niet als gezinslid in de zin van de Dublinverordening kan worden aangemerkt en dat deze omstandigheden geen bijzondere individuele omstandigheden vormen die een uitzondering rechtvaardigen.
Daarnaast stelde eiser dat zijn medische situatie een overdracht in de weg zou staan, maar de rechtbank vond dat Nederland erop mag vertrouwen dat Oostenrijk adequate medische zorg biedt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.