ECLI:NL:RBDHA:2026:21012

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
27 juli 2026
Zaaknummer
NL26.14291
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:72 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging afwijzing asielaanvraag actieve aanhanger Kerk van de Almachtige God

Eiseres, een Chinese nationaliteit houdende vrouw, heeft asiel aangevraagd vanwege haar bekering tot de Kerk van de Almachtige God (CAG). De minister wees de aanvraag af omdat de bekering niet geloofwaardig werd geacht. De rechtbank oordeelt echter dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met verklaringen van eiseres, een medegelovige en een Letter of Attestation die haar actieve lidmaatschap en rol binnen de CAG aannemelijk maken.

De rechtbank stelt vast dat actieve aanhangers van de CAG in China systematisch worden vervolgd, zoals blijkt uit het landenbeleid en ambtsberichten. De minister heeft ten onrechte aangenomen dat eiseres geen reëel risico loopt op vervolging. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit en draagt de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met het actieve lidmaatschap van eiseres.

Daarnaast krijgt eiseres een proceskostenvergoeding van €1.868,- toegewezen. De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Janssen en griffier B.J. van Rossum op 10 juli 2026.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de asielaanvraag en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen rekening houdend met het actieve lidmaatschap van eiseres bij de CAG.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.14291

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres

(gemachtigde: mr. J.J. Eizenga),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. W.M.A. van Hoof).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de vraag of de minister de asielaanvraag van eiseres mocht afwijzen, omdat haar bekering tot de Kerk van de Almachtige God niet geloofwaardig is. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Zij stelt dat zij de Chinese nationaliteit heeft en op [geboortedatum] 1984 is geboren. De minister heeft met het bestreden besluit van 10 maart 2026 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.
3. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
4. De rechtbank heeft het beroep op 30 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, Y. Zhao als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
5. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres is bekeerd tot de Kerk van de Almachtige God (The Church of the Almighty God, de CAG). Eiseres is gevlucht uit China, omdat zij vreest dat de Chinese autoriteiten haar zullen vervolgen vanwege haar religie.
Het bestreden besluit
6. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
  • identiteit, nationaliteit en herkomst; en
  • de bekering tot de CAG en de daaruit voortvloeiende problemen.
7. De minister vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig en de bekering tot de CAG niet geloofwaardig. Volgens de minister vormen de verklaringen van eiseres geen samenhangend en aannemelijk geheel. Eiseres heeft algemeen en onpersoonlijk verklaard over het proces en de motieven van haar bekering. De minister vindt de activiteiten die eiseres verricht en de kennis die zij heeft onvoldoende om te compenseren voor deze gebrekkige verklaringen. Omdat de minister de bekering niet geloofwaardig vindt, stelt de minister dat eiseres ook niet heeft te vrezen voor vervolging vanwege haar religie en loopt zij ook geen reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar China. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond en heeft aan eiseres een terugkeerbesluit opgelegd.
Het standpunt van eiseres
8. Eiseres vindt dat haar verklaringen over haar bekering wel een samenhangend en aannemelijk geheel vormen en dat zij wel voldoende heeft verklaard over het proces en de motieven van haar bekering. Zij heeft tijdens het gehoor onvoldoende gelegenheid gekregen om haar asielrelaas goed naar voren te brengen vanwege miscommunicatie met de tolk en het feit dat de gehoormedewerker haar verzocht om het kort te houden. De minister heeft daarom onvoldoende zorgvuldig onderzoek gedaan en te weinig rekening gehouden met de aanvullende verklaringen die eiseres in de zienswijze en de correcties en aanvullingen heeft overgelegd. Verder heeft de minister volgens eiseres geen goede afweging gemaakt van alle omstandigheden van het geval bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van haar bekering. Eiseres is al sinds 2009 bekeerd en lid van de CAG, zij heeft een vooraanstaande positie binnen de CAG als voorganger, verricht veel activiteiten voor de CAG, waaronder evangeliseren en demonstreren in naam van de CAG tegen vervolging van CAG-leden door de Chinese overheid. Daarnaast heeft eiseres een
Letter of Attestationen een verklaring van medegelovige [naam] overgelegd waaruit blijkt dat eiseres is bekeerd en lid is van de CAG. De minister heeft volgens eiseres onvoldoende waarde gehecht aan deze verklaringen. Ten slotte voert eiseres aan dat zij ongeacht de geloofwaardigheid van haar bekering een reëel risico op ernstige schade loopt bij terugkeer naar China, omdat de Chinese autoriteiten haar zullen zien als een lid van de CAG.
Het oordeel van de rechtbank
9. De rechtbank overweegt dat in het landenbeleid van de minister is opgenomen dat een aantal groepen in China systematisch wordt blootgesteld aan vervolging. Actieve aanhangers van religieuze en spirituele bewegingen die door de Chinese autoriteiten zijn aangemerkt als ‘xie jiao’ vormen een dergelijke groep. [1] In het Algemeen Ambtsbericht China van juli 2020 is opgenomen dat de Chinese autoriteiten de CAG aanmerken als ‘xie jiao’. [2] Volgens de minister zijn actieve aanhangers niet alleen leiders en personen die zich bezighouden met ledenwerving, maar ook actieve beoefenaars en ‘gewone’ leden van wie bij de autoriteiten bekend is dat zij behoren tot een beweging die is aangemerkt als ‘xie jiao’. [3]
10. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich onterecht op het standpunt stelt dat eiseres niet heeft te vrezen voor vervolging of ernstige schade bij terugkeer naar China vanwege haar betrokkenheid bij de CAG.
11. Ten eerste lijkt de minister in het bestreden besluit aan te nemen dat eiseres actief is voor de CAG, door te stellen: “Het deelnemen aan de kerk op zichzelf is niet voldoende om (…) uw verklaringen over uw bekering geloofwaardig te achten”. [4] Ook in het voornemen lijkt de minister dit aan te nemen, door te stellen: “Uw inhoudelijke kennis van het geloof en uw deelname aan activiteiten is onvoldoende om uw overige verklaringen over uw proces, uw motieven en de persoonlijke betekenis voor u te compenseren.”. [5] Hoewel de minister in het voornemen en het bestreden besluit de geloofwaardigheid van de bekering tot de CAG heeft beoordeeld kan uit de geciteerde passages ook worden opgemaakt dat de minister het wel aannemelijk vindt dat eiseres een actieve aanhanger is van de CAG.
12. Ten tweede kan uit de verklaringen van eiseres, de verklaring van medegelovige [naam] en uit de foto’s waarop te zien is dat eiseres met andere CAG-leden demonstreert tegen vervolging van de CAG in China, worden opgemaakt dat zij een actieve aanhanger is van de CAG. Zo heeft eiseres verklaard en toegelicht dat zij binnen de CAG een voorganger en diaken is, dat zij bijeenkomsten van de CAG bijwoont, dat zij zich bezighoudt met evangeliseren en dat zij nieuwe leden begeleidt in haar rol als voorganger. [6] Daarnaast blijkt uit de verklaring van [naam] dat eiseres zich bezighield met het begeleiden van nieuwe leden en het ontvangen en uitdelen van boeken binnen haar lokale kerkgemeenschap van de CAG in China. [7]
13. Ten slotte heeft eiseres een zogenoemde
Letter of Attestationovergelegd. De minister stelt zich op het standpunt dat dit document niet op echtheid kan worden gecontroleerd. Volgens Werkinstructie 2025/9 komt aan verklaringen van derden echter wel betekenis toe bij de beoordeling van een bekering. [8] Bovendien blijkt uit het Algemeen Ambtsbericht China van 2022 dat de CAG beschikt over middelen om medegelovigen in China te bereiken om bij hen te verifiëren of een asielzoeker daadwerkelijk een CAG-gelovige is. Als de CAG zo iemand identificeert kan daarvan een verklaring ter bevestiging worden afgegeven, een
Letter of Attestation. [9]
14. Op de zitting heeft de minister toegelicht dat uit de
Letter of Attestationhet lidmaatschap van eiseres bij de CAG blijkt en dat dit geloofwaardig is, maar dat dit niet betekent dat de bekering tot de CAG geloofwaardig is. De minister gaat er met dit standpunt aan voorbij dat in het landenbeleid is opgenomen dat actieve aanhangers en dus ook ‘gewone’ leden blootgesteld worden aan systematische vervolging door de Chinese autoriteiten. Nu aannemelijk is dat eiseres een actieve aanhanger van de CAG is, maakt zij, ongeacht de beoordeling van de verklaringen van eiseres over haar motieven voor en proces van bekering, deel uit van een groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging.
15. De rechtbank ziet geen aanleiding om de minister nog in de gelegenheid te stellen zijn standpunt schriftelijk toe te lichten.

Conclusie en gevolgen

16. De minister heeft de aanvraag ten onrechte afgewezen als ongegrond. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het motiveringsbeginsel. Dit betekent dat eiseres gelijk krijgt en de afwijzing van haar asielaanvraag niet in stand kan blijven. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of zelf een beslissing over de asielaanvraag te nemen. Dit omdat de minister opnieuw op de aanvraag zal moeten beslissen en daarbij rekening zal moeten houden met de omstandigheid dat eiseres een actieve aanhanger van de CAG is.
17. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de minister een nieuw besluit moet nemen, met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor zes weken.
18. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten.
De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 10 maart 2026;
- draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Janssen, rechter, in aanwezigheid van
mr.B.J. van Rossum, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2026.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie paragraaf C9/9.3.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000.
2.Algemeen Ambtsbericht China van juli 2020, p. 95.
3.Zie paragraaf C9/9.3.1.2. van de Vreemdelingencirculaire 2000.
4.Beschikking van 10 maart 2026, p. 3.
5.Voornemen van 6 maart 2026, p. 10.
6.Verslag van het nader gehoor van 27 februari 2026, p. 12 en 16.
7.Verklaring van [naam] van 16 maart 2026, p. 1.
8.Werkinstructie 2025/9 Religieuze overtuiging, p. 7-8.
9.Algemeen Ambtsbericht China van december 2022, p. 54-55.