Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Tanzaniaanse staatsburger, maakte op 13 juli 2026 aan de buitengrens op luchthaven Schiphol een verzoek om internationale bescherming kenbaar. Tegelijkertijd werd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank overwoog dat het proces-verbaal van het gehoor voorafgaand aan de oplegging van de maatregel niet was ondertekend, maar dat dit niet leidde tot onrechtmatigheid omdat het verslag een juiste en volledige weergave van het gehoor bevatte. Het grensbewakingsbelang rechtvaardigt de toepassing van een vrijheidsontnemende maatregel, mits een individuele beoordeling plaatsvindt en lichter middelen worden overwogen.
Verweerder had deze individuele beoordeling verricht en betrokken dat eiser geen bezwaar maakte tegen de maatregel. Er waren geen omstandigheden die vrijlating rechtvaardigden. De rechtbank volgde eiser niet in zijn beroep en wees het verzoek om schadevergoeding af. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.