ECLI:NL:RBDHA:2026:21066
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.G. Vegter
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiseres, van Comorese nationaliteit, heeft een opvolgende aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel ingediend, die door de minister op 23 april 2026 als kennelijk ongegrond is afgewezen. Tegen dit besluit is beroep ingesteld en is een verzoek om voorlopige voorziening gedaan. De rechtbank heeft het beroep en het verzoek op 22 juli 2026 behandeld, waarbij partijen niet verschenen.
De rechtbank stelt ambtshalve vast dat eiseres geen procesbelang meer heeft omdat zij met onbekende bestemming is vertrokken en zich niet meer meldt bij de autoriteiten. Dit leidt tot de conclusie dat zij geen prijs meer stelt op de bescherming die zij aanvankelijk zocht. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een inhoudelijke beoordeling rechtvaardigen, zoals een dreiging van schending van artikel 3 EVRM Pro.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. De afwijzing van de asielaanvraag blijft daarmee in stand. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.