Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 13 juli 2024. De rechtbank beoordeelt dit beroep buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb.
De wettelijke beslistermijn voor asielaanvragen bedraagt zes maanden, wat in deze zaak zou eindigen op 13 januari 2025. Vaststaat dat binnen deze termijn geen besluit is genomen. Echter, op de asielaanvraag is het Besluit tot instelling van het besluitmoratorium van toepassing, omdat eiser de Syrische nationaliteit heeft en niet valt onder de uitzonderingscategorieën.
Het besluitmoratorium liep van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025, waardoor de beslistermijn is opgeschort en pas op 14 juni 2025 weer is gaan lopen. Hierdoor eindigde de beslistermijn op 13 juli 2025. Op het moment van de ingebrekestelling op 8 juli 2025 was de beslistermijn nog niet verstreken, waardoor het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard vanwege de opschorting van de beslistermijn door het besluitmoratorium.