ECLI:NL:RBDHA:2026:21087
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure met proceskostenveroordeling
Verzoekster, een Nigeriaanse asielzoeker, diende op 15 april 2022 een herhaalde asielaanvraag in. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag op 22 augustus 2025 af als kennelijk ongegrond. Verzoekster stelde beroep in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Op 9 oktober 2025 vond de zitting plaats waarin zowel het beroep als het verzoek om voorlopige voorziening werden behandeld, samen met een soortgelijke zaak van de echtgenoot van verzoekster. De voorzieningenrechter oordeelde dat na de uitspraak op het beroep (zaaknummer NL25.41291) een voorlopige voorziening niet langer nodig was en wees het verzoek af.
Wel veroordeelde de voorzieningenrechter de minister tot vergoeding van de proceskosten die verzoekster had gemaakt voor het verzoek om voorlopige voorziening, vastgesteld op € 934,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De kosten voor zitting en schriftelijke reactie werden in de beroepszaak vergoed vanwege gelijktijdige behandeling.
De uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai en openbaar gemaakt op 28 juli 2026. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, maar de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 934,-.