ECLI:NL:RBDHA:2026:21087

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 juli 2026
Publicatiedatum
28 juli 2026
Zaaknummer
NL25.41292
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure met proceskostenveroordeling

Verzoekster, een Nigeriaanse asielzoeker, diende op 15 april 2022 een herhaalde asielaanvraag in. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag op 22 augustus 2025 af als kennelijk ongegrond. Verzoekster stelde beroep in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

Op 9 oktober 2025 vond de zitting plaats waarin zowel het beroep als het verzoek om voorlopige voorziening werden behandeld, samen met een soortgelijke zaak van de echtgenoot van verzoekster. De voorzieningenrechter oordeelde dat na de uitspraak op het beroep (zaaknummer NL25.41291) een voorlopige voorziening niet langer nodig was en wees het verzoek af.

Wel veroordeelde de voorzieningenrechter de minister tot vergoeding van de proceskosten die verzoekster had gemaakt voor het verzoek om voorlopige voorziening, vastgesteld op € 934,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De kosten voor zitting en schriftelijke reactie werden in de beroepszaak vergoed vanwege gelijktijdige behandeling.

De uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai en openbaar gemaakt op 28 juli 2026. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, maar de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 934,-.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.41292

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam 1] , verzoekster,

geboren op [datum] ,
van Nigeriaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer] ,
(gemachtigde: mr. E. Ebes),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. Ö. Sari).

Procesverloop

1. Verzoekster heeft op 15 april 2022 een herhaalde asielaanvraag ingediend. De minister heeft met het besluit van 22 augustus 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekster heeft daartegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep [1] , op
9 oktober 2025 op zitting behandeld. Op de zitting zijn ook het beroep en de voorlopige voorziening van de echtgenoot van eiseres, [naam 2] , behandeld. [2] Aan de zitting hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.41291, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2.1.
Gelet op de uitkomst van de beroepsprocedure ziet de voorzieningenrechter wel aanleiding om de minister te veroordelen in de proceskosten die verzoekster in verband met haar verzoek om een voorlopige voorziening heeft gemaakt. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift). Omdat sprake is van gelijktijdige behandeling ter zitting, worden de kosten voor het verschijnen ter zitting alsmede het indienen van een schriftelijke reactie vergoed in de beroepszaak.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister in de door verzoekster gemaakte proceskosten tot een bedrag van
€ 934,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.P. Kuiters, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.NL25.41291.
2.Zaken NL25.41296 en NL25.41297.