ECLI:NL:RBDHA:2026:21089

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 juli 2026
Publicatiedatum
28 juli 2026
Zaaknummer
NL25.41297
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na niet-ontvankelijk verklaring herhaalde asielaanvraag

Verzoeker, van Nigeriaanse nationaliteit, diende op 15 april 2022 een herhaalde asielaanvraag in. De minister van Asiel en Migratie verklaarde deze aanvraag op 22 augustus 2025 niet-ontvankelijk. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

Op 9 oktober 2025 vond de zitting plaats waarbij ook de voorlopige voorziening en het beroep van de echtgenote van verzoeker werden behandeld. De voorzieningenrechter oordeelde dat nu de rechtbank bij uitspraak van 28 juli 2026 op het beroep heeft beslist, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.

Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat de minister reeds in een samenhangende zaak veroordeeld was tot het betalen van proceskosten aan de echtgenote van verzoeker.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter R. Tesfai en griffier A.P. Kuiters en is openbaar gemaakt op 28 juli 2026. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels op het beroep heeft beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.41297

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,

geboren op [datum] ,
van Nigeriaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer] ,
(gemachtigde: mr. E. Ebes),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. Ö. Sari).

Procesverloop

1. Verzoeker heeft op 15 april 2022 een herhaalde asielaanvraag ingediend. De minister heeft met het besluit van 22 augustus 2025 deze aanvraag niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker heeft daartegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep [1] , op
9 oktober 2025 op zitting behandeld. Op de zitting zijn ook het beroep en de voorlopige voorziening van de echtgenote van verzoeker behandeld. [2] Aan de zitting hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.41296, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding, omdat sprake is van samenhangende zaken en de voorzieningenrechter de minister in de voorlopige voorziening van de echtgenote al heeft veroordeeld tot het betalen van een proceskostenvergoeding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.P. Kuiters, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.NL25.41296.
2.Zaken NL25.41291 en NL25.41292.