ECLI:NL:RBDHA:2026:21089
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na niet-ontvankelijk verklaring herhaalde asielaanvraag
Verzoeker, van Nigeriaanse nationaliteit, diende op 15 april 2022 een herhaalde asielaanvraag in. De minister van Asiel en Migratie verklaarde deze aanvraag op 22 augustus 2025 niet-ontvankelijk. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Op 9 oktober 2025 vond de zitting plaats waarbij ook de voorlopige voorziening en het beroep van de echtgenote van verzoeker werden behandeld. De voorzieningenrechter oordeelde dat nu de rechtbank bij uitspraak van 28 juli 2026 op het beroep heeft beslist, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat de minister reeds in een samenhangende zaak veroordeeld was tot het betalen van proceskosten aan de echtgenote van verzoeker.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter R. Tesfai en griffier A.P. Kuiters en is openbaar gemaakt op 28 juli 2026. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels op het beroep heeft beslist.