ECLI:NL:RBDHA:2026:21239

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 juni 2026
Publicatiedatum
30 juli 2026
Zaaknummer
09-088904-22
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:31 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging PIJ-maatregel met zes maanden voor positieve ontwikkeling en resocialisatie

De veroordeelde is bij vonnis van 30 maart 2023 veroordeeld tot een PIJ-maatregel, die onherroepelijk werd op 14 april 2023. Na een eerdere verlenging van 15 maanden op 1 mei 2025, heeft de officier van justitie verzocht om een verlenging van zes maanden. De rechtbank heeft op 29 juni 2026 de vordering behandeld en de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman, en de gedragsdeskundige gehoord.

Uit het advies van de gedragsdeskundige blijkt dat de veroordeelde zich positief heeft ontwikkeld binnen de LVB-afdeling van de JJI, met gedragsveranderingen zoals minder agressie en beter omgaan met spanningen. Sinds eind mei 2026 verblijft hij in een instelling met meer vrijheden en toont hij ook daar positieve gedragsontwikkeling. De veroordeelde gaat binnenkort starten met het Scholing- en Trainingsprogramma (STP) en zal doorstromen naar een 24-uurs begeleid wonen plek.

De rechtbank overweegt dat het recidiverisico matig tot hoog is indien de structuur van de PIJ-maatregel plotseling wegvalt. Daarom is een stapsgewijze afbouw noodzakelijk. De verlenging van zes maanden maakt het mogelijk dat de veroordeelde kan wennen aan zijn nieuwe woonomgeving en vaardigheden kan versterken, terwijl de JJI op de achtergrond betrokken blijft voor ondersteuning en risicomanagement.

De rechtbank complimenteert de veroordeelde met zijn inzet en motivatie en acht de verlenging in het belang van zijn verdere ontwikkeling en de veiligheid van de samenleving. De maatregel zal, behoudens verdere verlenging, voorwaardelijk eindigen op 3 januari 2027 en onvoorwaardelijk op 3 januari 2028.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de PIJ-maatregel met zes maanden om de positieve ontwikkeling en resocialisatie van de veroordeelde te ondersteunen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Meervoudige kamer jeugdstrafzaken
Parketnummer: 09-088904-22
Datum uitspraak: 29 juni 2026
Beslissing op de op 1 juni 2026 bij de griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in de zaak tegen:

[veroordeelde] (hierna: de veroordeelde),

geboren op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
thans verblijvende in [instelling 1] te [plaats 1] .
die bij vonnis van 30 maart 2023 is veroordeeld tot de maatregel van plaatsing in een
inrichting voor jeugdigen (hierna: de PIJ-maatregel), onherroepelijk geworden op
14 april 2023. Bij beschikking van 1 mei 2025 is de PIJ-maatregel verlengd voor de duur van 15 maanden.

De vordering

De officier van justitie heeft gevorderd dat de (termijn van de) PIJ-maatregel wordt verlengd met 6 maanden.

De procesgang

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in deze zaak, waaronder:
- het op 8 mei 2026 uitgebrachte advies, opgesteld door J. van der Spek, als gedragswetenschapper werkzaam bij [instelling 2] , [naam 1] , werkzaam als directeur Zorg en Behandeling bij [instelling 2] , en [naam 2] , werkzaam als directeur Beleidsvoering bij [instelling 2] , om de PIJ-maatregel te verlengen met 6 maanden en de daarbij overgelegde aantekeningen, bestaande uit het negende tot en met twaalfde perspectiefplan.
De rechtbank heeft op 29 juni 2026 de vordering in openbare raadkamer behandeld.
Verschenen en gehoord zijn:
  • de veroordeelde, bijgestaan door mr. D.W. Roos, waarnemend voor N.M. Fakiri, advocaat te Den Haag;
  • de deskundige, J. van der Spek, als gedragsdeskundige verbonden aan [instelling 2] .

Het advies

Uit het advies van 8 mei 2026 en de toelichting van de deskundige Van der Spek ter zitting blijkt het volgende. De veroordeelde heeft lange tijd op de LVB-afdeling [afdeling] in [instelling 2] verbleven en heeft zich daar positief ontwikkeld. Hij heeft verschillende gedragsveranderingen doorgemaakt, zoals het zich afzijdig houden van negatieve groepsprocessen, rustig blijven en adequaat in gesprek blijven bij oplopende spanningen, openheid geven over zijn emoties en gevoelens en een afname in agressie. Binnen de kaders van de JJI lukt het de veroordeelde om de aangeleerde vaardigheden en gedragsveranderingen vast te houden, mede omdat er voldoende structuur en externe sturing aanwezig is. Dit maakt dat het recidiverisico met die kaders van de JJI laag/matig is. Als die kaders zouden wegvallen, is het risico op recidive matig/hoog. Omdat het belangrijk is dat de structuur en sturing stapsgewijs verminderd worden, is een aanvraag gedaan bij de [instelling 1] . De veroordeelde verblijft daar sinds eind mei 2026 en laat ook daar zien dat hij hetgeen hij heeft geleerd kan toepassen in een omgeving met meer vrijheden en prikkels. Verder heeft de veroordeelde sinds december 2025 een onbegeleide verlofstatus. De veroordeelde houdt zich aan de gemaakte afspraken en ontwikkelt zich positief. Voor de komende periode is het belangrijk dat de veroordeelde kan gaan starten met het Scholing- en Trainingsprogramma (hierna: STP) en gaat verblijven bij 24-uurs begeleid wonen organisatie [instelling 3] in [plaats 2] . Geadviseerd wordt de PIJ-maatregel met zes maanden te verlengen zodat de veroordeelde kan wennen aan zijn nieuwe woonomgeving en zijn vaardigheden verder kan versterken en generaliseren, nu het STP ongeveer zes maanden duurt. Op die manier blijft de JJI op de achtergrond betrokken om de veroordeelde te ondersteunen bij zijn resocialisatie in de maatschappij.

De standpuntenDe officier van justitie heeft de vordering gehandhaafd. De veroordeelde heeft zich binnen de PIJ-maatregel positief ontwikkeld en heeft het traject goed doorlopen. Daarvoor complimenteert de officier van justitie de veroordeelde. Nu de veroordeelde binnenkort gaat starten met het STP en naar een nieuwe woonplek bij [instelling 3] gaat verhuizen, vindt de officier van justitie het van belang dat de PIJ-maatregel met zes maanden wordt verlengd. Zo kan de veroordeelde in de komende periode wennen aan zijn nieuwe woonplek en verder oefenen met zijn vrijheden en blijft de JJI betrokken om hem in het kader van het risicomanagement te ondersteunen, bij te sturen en zonodig in te grijpen.

De raadsman van de veroordeelde heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, nu iedereen het met elkaar eens is over het doel van de verlenging van de PIJ-maatregel, namelijk het starten met het STP en de verhuizing naar een begeleid wonen plek van [instelling 3] . Verder heeft de raadsman benadrukt dat de verdachte in de afgelopen periode veel stappen heeft gezet en dat hij daar trots op mag zijn.

De beoordeling

De PIJ-maatregel is onder meer opgelegd voor twee diefstallen met geweld in vereniging. Dit zijn misdrijven die zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. De maatregel kan daarom worden verlengd.
Uit het advies volgt dat het recidiverisico matig/hoog wordt ingeschat als de kaders en de structuur van de PIJ-maatregel zou wegvallen, omdat met het in één keer loslaten van die structuur het risico bestaat dat de veroordeelde wordt overspoeld met de vrijheden, zelfstandigheid en verantwoordelijkheid binnen de maatschappij. Het is belangrijk dat die structuur en kaders stapsgewijs worden afgebouwd. De rechtbank is op basis van het advies van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen en een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de veroordeelde eisen dat de termijn van de PIJ-maatregel wordt verlengd.
De vraag die de rechtbank vervolgens dient te beantwoorden, is met welke termijn de PIJ-
maatregel moet worden verlengd. De rechtbank overweegt daartoe dat uit de stukken en hetgeen op zitting naar voren is gekomen, is gebleken dat de veroordeelde een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. Hij heeft verschillende behandelingen afgerond en is zowel extrinsiek als intrinsiek gemotiveerd het traject zo goed mogelijk te doorlopen. Hij heeft nieuwe vaardigheden aangeleerd en het lukt hem die ook toe te passen binnen de KVJJ. Hij is bezig met een opleiding tot brandwacht en gaat binnenkort een 21+-toets doen om te kijken wat de mogelijkheden zijn voor een mbo-4-opleiding. Verder verloopt het onbegeleide verlof positief en heeft de veroordeelde regelmatig contact met zijn familie. De rechtbank complimenteert de veroordeelde met zijn houding, inzet en motivatie om deze ontwikkeling door te zetten. Ter zitting is gebleken dat de veroordeelde op korte termijn, hoogstwaarschijnlijk bij de start van het STP, kan doorstromen naar een begeleid wonen plek van [instelling 3] , waar de veroordeelde nog meer zelfstandigheid en vrijheden zal krijgen. De rechtbank is van oordeel dat het niet in het belang van de veroordeelde is om door te stromen naar [instelling 3] zonder dat de ondersteuning en begeleiding vanuit de JJI nog op de achtergrond aanwezig is. Het is belangrijk dat de JJI, indien nodig, kan bijsturen. In de komende periode zal de veroordeelde starten met het STP en kan hij verder oefenen met zijn vrijheden en het versterken van de aangeleerde vaardigheden. Gezien het voorgaande zal de rechtbank de termijn van de maatregel verlengen met zes maanden.
Gevolg gevend aan het bepaalde in artikel 6:6:31, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, geeft de rechtbank aan dat de maatregel, gelet op de ingangsdatum, de huidige expiratiedatum en de verlenging bij deze beslissing, behoudens verdere verlenging en andere onvoorziene omstandigheden, op 3 januari 2027 voorwaardelijk zal eindigen en op 3 januari 2028 onvoorwaardelijk zal eindigen.

Beslissing

De rechtbank verlengt de termijn van de PIJ-maatregel, zoals hierboven omschreven,
met zes maanden.
Deze beslissing is gegeven te Den Haag door
mr. J.M.J. Keltjens, kinderrechter, voorzitter,
mr. A.P. Pereira Horta, kinderrechter,
en mr. T.E.F. Reijnders, kinderrechter,
in tegenwoordigheid van mr. E.M.C. Mulders, griffier,
en uitgesproken in het openbaar op 29 juni 2026.