Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiserV-nummer: [V-nummer]
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie heeft op 10 april 2026 een maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd aan eiser, die nog voortduurt. De rechtbank heeft eerder op 19 mei 2026 de rechtmatigheid van deze maatregel tot het sluiten van het onderzoek op 13 mei 2026 bevestigd. In deze procedure wordt alleen het voortduren van de maatregel na die datum beoordeeld.
Eiser heeft geen concrete gronden aangevoerd tegen het voortduren van de bewaring. De rechtbank ziet ook ambtshalve geen reden om te oordelen dat de maatregel onrechtmatig is geworden. Er is zicht op uitzetting naar Algerije, ondanks het ontbreken van een laissez-passer, waarvoor verweerder niet verantwoordelijk is vanwege afhankelijkheid van Algerijnse autoriteiten.
Eiser heeft onvoldoende meegewerkt aan het verkrijgen van documenten die de uitzetting kunnen bevorderen. Verweerder heeft meerdere keren contact gezocht met Algerijnse autoriteiten en met eiser vertrekgesprekken gevoerd, waarvan het laatste op 22 juli 2026. De identiteit en nationaliteit van eiser zijn vastgesteld en een persoonlijke presentatie bij de Algerijnse autoriteiten wordt gepland.
Gezien deze feiten is het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.