De minister van Asiel en Migratie heeft op 29 oktober 2025 de asielaanvragen van verzoekers niet in behandeling genomen, omdat Frankrijk volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Verzoekers, allen van Nigeriaanse nationaliteit, hebben hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De rechtbank Den Haag heeft de beroepen en de verzoeken om voorlopige voorzieningen op 3 februari 2026 behandeld en het onderzoek gesloten. Op 9 februari 2026 heeft de voorzieningenrechter uitspraak gedaan dat een voorlopige voorziening niet meer nodig is omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het beroep.
De verzoeken om voorlopige voorzieningen worden daarom afgewezen. De voorzieningenrechter veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekers, vastgesteld op € 934,-, vanwege de samenhang van de zaken en de uitkomst van de beroepsprocedure. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.