Uitspraak
[naam], eiser,
de minister van Asiel en Migratie,
Inleiding
1.1. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Beslissing
Overwegingen
16 juli 2026 op gereageerd en aangegeven dat zij geen contact meer heeft met eiser.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een asielzoeker uit Senegal, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag op 25 februari 2026 af als ongegrond. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit.
Op 20 mei 2026 vertrok eiser met onbekende bestemming zonder de minister of zijn gemachtigde op de hoogte te stellen van zijn verblijfplaats. De rechtbank vroeg de gemachtigde of er nog contact was met eiser, waarop deze op 16 juli 2026 antwoordde dat er geen contact meer was. Tijdens de zitting op 30 juli 2026 was eiser niet aanwezig, wel de gemachtigde van de minister.
De rechtbank oordeelde dat door het vertrek met onbekende bestemming en het ontbreken van contact met de gemachtigde, het procesbelang ontbreekt. Volgens vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die op deze wijze vertrekt geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees zij proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vertrek met onbekende bestemming en ontbreken van contact.