ECLI:NL:RBDHA:2026:21396
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid vervolgingsgevaar ondanks eerdere vrijspraak
Eiser, een Turkse staatsburger, diende op 30 november 2023 een asielaanvraag in Nederland in nadat hij vanwege vermeende betrokkenheid bij de Gülenbeweging in Turkije was vervolgd en vrijgesproken. De Turkse autoriteiten hadden hem eerder van de marineschool verwijderd en hij was meerdere malen aangehouden en in bewaring gesteld. Ondanks vrijspraak in eerste aanleg en hoger beroep, vreesde eiser opnieuw vervolging bij terugkeer.
De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond en legde een terugkeerbesluit en inreisverbod op. De rechtbank oordeelde dat hoewel de eerdere vervolging en discriminatie geloofwaardig waren, eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij opnieuw vervolgd zou worden. De rechtbank betrok daarbij landeninformatie waaruit bleek dat het risico op vervolging van Gülenisten nog bestaat, maar dat eiser sinds zijn vrijspraak niet meer is lastiggevallen.
Eiser had zich niet tijdig gemeld voor internationale bescherming, wat volgens de rechtbank een geldige grond was voor afwijzing. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro (privéleven) leidde niet tot een verblijfsvergunning. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees het verzoek om voorlopige voorziening af en veroordeelde de minister in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van vervolgingsgevaar.