ECLI:NL:RBDHA:2026:2172
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen overdrachtsbesluit asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het overdrachtsbesluit van 24 november 2025, waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep samen met het verzoek om een voorlopige voorziening op 8 januari 2026 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet zijn verschenen. De gemachtigde heeft laten weten dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer onderhoudt.
De rechtbank volgt vaste rechtspraak dat een vreemdeling die met onbekende bestemming vertrekt zonder contact te onderhouden geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
De uitspraak is gedaan door rechter T. Boesman en griffier J. Dommerholt op 16 januari 2026 te Rotterdam. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na verzending.
Uitkomst: Het beroep tegen het overdrachtsbesluit is niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen belang meer heeft bij bescherming in Nederland.