Uitspraak
Beschikking op de op 27 oktober 2025 ingekomen verzoeken van:
[de vader] ,
[de moeder] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier van 21 november 2025 van de zijde van de vader, met bijlagen.
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier van 21 november 2025 van de zijde van de vader, met bijlagen;
- het F9-formulier van 24 november 2025 van de zijde van de vader, met een aanvullend verzoekschrift en bijlagen;
- het F9-formulier van 25 november 2025 van de zijde van de vader, met bijlagen;
- het verweerschrift met zelfstandige verzoeken;
- het F9-formulier van 5 december 2025 van de zijde van de vader, met bijlagen.
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
- [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
.
- De minderjarigen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarigen uit.
Verzoek en verweer
- primair:te bepalen dat een zorg- en contactregeling zal gelden tussen de vader en de kinderen in die zin dat de kinderen om de week op zondag van 10.00 uur tot 19.00 uur bij de vader zijn;
- subsidiair:een raadsonderzoek te gelasten naar en te rapporteren en te adviseren over het verzoek omtrent de zorgregeling en hoe die in het belang van de minderjarigen eruit zou moeten zien;
- primair:een zorg- en contactregeling in die zin dat de minderjarigen bij de vader zijn in de oneven weken van vrijdagavond 19.00 uur tot en met zondagavond 19.00 uur, alsmede een verdeling van de vakanties en feestdagen als opgenomen in randnummer 32 van het verzoekschrift;
- subsidiair:een raadsonderzoek te gelasten naar en te rapporteren en te adviseren over het verzoek omtrent de zorgregeling en hoe die in het belang van de minderjarige eruit zou moeten zien;
- de hoogte van de bijdrage van de vader in de opvoeding en verzorging van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] vast te stellen op € 446,- per maand, conform de wettelijke maatstaven, althans een zodanig bedrag als de rechtbank in goede justitie acht, per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, met ingang van datum indiening verzoekschrift, althans met datum van de beschikking, althans met ingang van een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum;
- te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] bij de moeder wordt vastgesteld;
- te bepalen dat tussen de vader en [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] een zorgregeling geldt als volgt:
- primair:te bepalen dat de moeder belast wordt met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] ,
subsidiair:een onderzoek te gelasten door de Raad voor de Kinderbescherming naar het eenhoofdig gezag; - te bepalen dat de vader met ingang van 1 oktober 2025 een bijdrage zal voldoen in de kosten van opvoeding en verzorging van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] van primair € 645,- per maand en subsidiair € 570,- per maand, telkens uiterlijk op de 1e van de maand bij vooruitbetaling te voldoen;
Beoordeling
“ [de vader] heeft benoemd op een woensdag te hebben gebruikt en de vrijdag een test te hebben gedaan. Dit terwijl hij dat aankomende weekend de kinderen zou krijgen. Hierbij heeft hij niet eerlijk gecommuniceerd naar [de moeder] dit te hebben gebruikt en wist hij al dat de testuitslag positief zou zijn. [de moeder] heeft toen de kinderen in onwetendheid naar [de vader] gebracht”en ook
“Op dit moment is de maat vol bij [de moeder] . [de moeder] denkt erover na om het met de rechter op te pakken. [naam 2] geeft aan dit te snappen en onderschrijft dit”.De rechtbank begrijpt hieruit, en ook door wat de moeder ter zitting heeft aangegeven, dat de afspraken over het testen niet voldoende waren om de veiligheid van de kinderen te waarborgen.
De rechtbank heeft begrepen dat het op dit moment beter gaat met de vader, hij is op de goede weg. Voordat fysieke omgang weer mogelijk is moet de vader kunnen aantonen dat hij inderdaad geen cocaïne en heroïne meer gebruikt en dat hij daarin consequent is. Naast de zorgen over de veiligheid van de kinderen in verband met middelengebruik zijn er echter ook zorgen over de spanningsboog van de vader tijdens de omgangsmomenten. De rechtbank leest in het verslag van Jeugdteams Leidse regio van 30 mei 2025 bijvoorbeeld:
“De omgangsmomenten verlopen fijn. (…) [naam 2] bevestigt dit, maar geeft ook aan dat de contactmomenten soms wat te lang kunnen zijn voor [de vader] . Zijn spanningsboog lijkt wat kort en [de vader] kan meer zijn stem verheffen naar de kinderen. [de vader] draait wel snel weer bij wanneer dit gebeurt.”
- Verzet het belang van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zich ertegen dat het gezamenlijk gezag in stand blijft?
- Welke omgangs- dan wel zorgregeling is het meest in het belang van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] ?
Beslissing
voorlopigbij de vader zullen zijn:
- om de week gedurende twee uur, onder begeleiding van BOR Humanitas;
- waarbij geldt dat dit, afhankelijk van de beschikbaarheid van de omgangsbegeleider, uitgebreid kan worden tot om de week drie of vier uur, onder begeleiding;
- daarnaast zullen zij twee keer per week video-bellen, op woensdag en vrijdag van 19.30 uur tot 20.00 uur;
voorlopigeen kinderalimentatie ten behoeve van de minderjarigen van € 570,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
1 juli 2026 pro forma; uiterlijk op die datum dient de Raad voor de Kinderbescherming zo mogelijk zijn rapport met advies te hebben uitgebracht aan de rechtbank met kopie aan beide ouders en hun advocaten;
ten aanzien van het gezag, de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de kinderalimentatieaan;